0128 - Statuten versus aandeelhoudersovereenkomsten

0128 - Statuten versus aandeelhoudersovereenkomsten

06maart2018

 

De werkzaamheden van een notaris in de (internationale) ondernemingsrechtpraktijk bestaan voor een groot gedeelte uit het adviseren van partijen die samenwerkingsverbanden met elkaar aangaan. Dit kunnen joint-ventures zijn, fondsen of investerings-vehikels met diverse aandeelhouders. Daarbij komt de vraag regelmatig aan de orde welke bepalingen de notaris in de statuten dient vast te leggen en welke onderwerpen partijen zelf kunnen regelen, buiten de statuten om. Bijvoorbeeld in een aandeelhoudersovereenkomst of joint-venture contract.
In dit artikel beschrijf ik enkele voorbeelden van bepalingen en afspraken tussen aandeelhouders die zowel in de statuten als in een overeenkomst kunnen voorkomen. Daarnaast zal ik de algemene verschillen toelichten tussen de notariële vastlegging en afspraken tussen partijen in een overeenkomst.Inleiding

Sinds de introductie van de Flex-BV in 2012 zijn er meer mogelijkheden gekomen om statuten beter aan te laten sluiten bij de wensen van partijen. Destijds werd zelfs weleens gesuggereerd dat het niet langer nodig zou zijn voor partijen om naast de statuten nog een aandeelhoudersovereenkomst op te stellen. Desalniettemin maken partijen nog steeds veel gebruik van aandeelhoudersovereenkomsten. De belangrijkste reden hiervoor is dat de afspraken tussen aandeelhouders vertrouwelijk zijn en er geen verplichting bestaat om deze openbaar de maken. Daarnaast kunnen partijen zonder tussenkomst van een notaris een aandeelhoudersovereenkomst opstellen.
Dit in tegenstelling tot statuten, waarbij telkens een notaris moet worden ingeschakeld bij de vaststelling en iedere wijziging daarvan. Bovendien is de inhoud van statuten voor een ieder te raadplegen bij het handelsregister.

Doel en doeloverschrijding

Iedere samenwerkingsvorm beoogt een bepaald doel. Bij een kapitaalvennootschap geven de aandeelhouders het bestuur een mandaat om de vennootschap namens hen te besturen. Dit mandaat dient duidelijk te zijn vastgelegd in onder meer de doelomschrijving. Het doel omvat vaak niet alleen het maken van winst, maar behelst ook de specifieke activiteiten die worden ontplooid door de vennootschap die worden beschreven in de doelomschrijving. Op grond van de wet is de notaris verplicht het doel van de vennootschap te beschrijven in de statuten. Voor de beantwoording van de vraag of in een bepaald geval sprake is van doeloverschrijding, wordt in eerste instantie naar de statuten gekeken.

Daarnaast kunnen feitelijke omstandigheden een rol spelen, zoals de verhoudingen van een vennootschap met andere groepsmaatschappijen, behartiging van andere belangen dan die van de vennootschap en de uitwerking van het doel in bijvoorbeeld een aandeelhoudersovereenkomst. Het verdient aanbeveling om een duidelijke en heldere omschrijving op te nemen in de statuten die de actuele en geplande bedrijfsactiviteiten uitgebreid uiteenzet, zodat duidelijk is vast te stellen of de genomen besluiten passen binnen het doel en in welk geval het bestuur zijn bevoegdheid overschrijdt.

Besluitvorming en vernietiging van besluiten

Het is van groot belang voor alle betrokkenen bij een vennootschap dat de besluitvorming goed is geregeld, zodat duidelijk is wie welke bevoegdheden kan uitoefenen. Een van de risico’s van de regelingen in aandeelhoudersovereenkomsten, met name overeenkomsten die worden beheerst naar buitenlands recht,
is dat niet altijd goed rekening wordt gehouden met het systeem van het Nederlandse vennootschapsrecht. Soms worden bepaalde bevoegdheden die bij het bestuur liggen toegekend aan de aandeelhouders en andersom. Het vergt daarom in de praktijk de nodige aandacht van de notaris om deze overeenkomsten aan te passen aan de hier geldende regels om uiteindelijk ongewenste effecten te voorkomen.
De notaris dient daarom de statuten zo goed mogelijk op de aandeelhoudersovereenkomst te laten aansluiten. Aan welke onderwerpen moet men denken als het gaat om de besluitvorming? In eerste instantie zijn de regels van besluitvorming altijd toegespitst op de vennootschapsorganen (waaronder begrepen bestuur, raad van commissarissen en aandeelhouders). Als het gaat om het bestuur kan men denken aan de meerderheidsvereisten, het quorum, oproepingsvoorschriften, een regeling rondom tegenstrijdig belang en belet en ontstentenis van bestuurders die in acht moeten worden genomen teneinde rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen. Daarnaast wordt ten aanzien van het bestuur vaak een lijst opgenomen met specifieke besluiten, waarvoor de voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders is vereist. Voor wat betreft de aandeelhouders spelen meerderheidsvereisten en het quorum eveneens een belangrijke rol. Daarnaast is het mogelijk dat specifieke rechten exclusief worden toegekend aan bepaalde aandeelhouders, zoals bijvoorbeeld het recht tot benoeming en ontslag van directeuren. Tenslotte kan men denken aan bepalingen die de positie van minderheidsaandeelhouders versterken in het kader van de besluitvorming.

De meeste bepalingen die betrekking hebben op de besluitvorming dienen op grond van de wet in de statuten te worden opgenomen. Zo kunnen bepaalde bestuursbesluiten bij of krachtens de statuten worden onderworpen aan de goedkeuring van een ander orgaan. Dit betekent in de praktijk dat de aandeelhoudersovereenkomst in veel gevallen een lijstje met bestuursbesluiten is opgenomen waarvoor voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders is vereist.

Indien de besluitvorming niet conform de statuten of contractuele regeling plaatsvindt, is de vraag welke consequenties hier aan zijn verbonden. Besluiten in strijd met de wet of de statuten zijn nietig. Stel dat de statuten bepalen dat een besluit van het bestuur alleen kan worden genomen met voorafgaande goedkeuring van het aandeelhouders en het besluit wordt zonder die goedkeuring genomen. Het besluit is in dat geval nietig. Wel kan het betreffende besluit worden bekrachtigd door de algemene vergadering van aandeelhouders.
Indien deze regeling zou zijn uitgewerkt in een aandeelhoudersovereenkomst en niet in de statuten, was de uitkomst anders geweest. De algemene vergadering blijft in dit geval op grond van de wet bevoegd om het besluit te nemen. De contractuele goedkeuringsregeling van de aandeelhouders leidt niet tot hetzelfde rechtsgevolg. Hieruit blijkt dat het verstandig is een dergelijke regeling in de statuten op te nemen.

Besluiten die worden genomen in strijd met bepalingen in de statuten of de wet die de totstandkoming van besluiten regelen zijn vernietigbaar. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet naleven van een oproepingsvoorschrift of het niet tijdig verzenden van vergaderstukken, voorafgaand aan de vergadering. Een ieder met een redelijk belang kan binnen een jaar nadat deze kennis heeft genomen van het besluit vernietiging vorderen bij de rechter. Vormvoorschriften opgenomen in een contract hebben niet dezelfde rechtsgevolgen. Slechts partijen bij de overeenkomst kunnen nakoming of eventueel schadevergoeding vorderen.

Kwaliteitseisen en verplichtingen van aandeelhouders

Bij het aangaan van een samenwerking kunnen partijen eisen stellen waaraan aandeelhouders moeten voldoen. Een voorbeeld hiervan is dat een aandeelhouder een bepaald beroep moet uitoefenen of partij moet zijn bij een aandeelhoudersovereenkomst om aandeelhouder te mogen blijven. Deze kwaliteitseisen worden meestal statutair vastgelegd. Aan deze regeling kan worden toegevoegd dat het stemrecht, winstrecht of het vergaderrecht wordt opgeschort, dan wel dat men verplicht is zijn aandelen over te dragen, indien men niet langer aan deze eisen voldoet.

Naast kwaliteitseisen kunnen aandeelhouders ervoor kiezen om specifieke contractuele verplichtingen op te nemen in de statuten.
Dit kunnen verplichtingen zijn van aandeelhouders ten opzichte van elkaar, derden of de vennootschap. Een voorbeeld is een afnameverplichting van aandelen in het geval dat één van de mede-aandeelhouders uittreedt. Bij niet-nakoming van deze verplichting kunnen dezelfde rechtsgevolgen worden opgenomen in de statuten als hiervoor beschreven.

De wet verwijst slechts naar de statuten, waarin dergelijke regelingen dienen te worden uitgewerkt. Uiteraard kunnen partijen besluiten hieromtrent tevens contractuele afspraken te maken. Het is dan echter goed om te weten dat bij niet-nakoming gemelde sancties, zoals opschorting van het stemrecht, winstrecht of vergaderrecht niet automatisch kunnen worden opgelegd.

Bescherming van minderheidsaandeelhouders

Statuten bieden over het algemeen een betere bescherming voor de rechten van minderheidsaandeelhouders dan een overeenkomst tussen de betreffende aandeelhouders. Ik geef hiervan een drietal voorbeelden, te weten de statutaire “lock-up” regeling, de prijsbepalingsregeling en de statutenwijziging.

Bij de invoering van een statutaire regeling waarbij de overdracht van aandelen voor een bepaalde termijn is uitgesloten (lock-up), is de instemming vereist van alle aandeelhouders waarvoor deze regeling is bedoeld. Het is niet mogelijk om hier in de statuten vanaf te wijken zonder de instemming van deze aandeelhouders. Bij de invoering van een vergelijkbare regeling in een aandeelhoudersovereenkomst is de instemming van een minderheidsaandeelhouder niet vereist als de overeenkomst bepaalt dat deze kan worden aangepast met de instemming van een bepaalde meerderheid van de aandeelhouders.
Als uitgangspunt bij de statutaire prijsbepalingsregeling geldt dat de prijs van de over te dragen aandelen wordt vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. Mocht men van deze prijsbepalingsregeling in de statuten willen afwijken, is de instemming van de betreffende aandeelhouder vereist.

Een houder van aandelen van een bijzondere soort of aanduiding wordt beschermd bij een voorgenomen statutenwijziging waarbij zijn rechten worden aangetast. In dit geval kan de wijziging van de statuten slechts doorgang vinden indien de betreffende vergadering van houders van aandelen van dezelfde soort heeft ingestemd met de voorgenomen aanpassing van de statuten.

Vanwege het beginsel van contractsvrijheid is het mogelijk dat partijen in een overeenkomst veel lichtvaardiger omspringen met de rechten van minderheidsaandeelhouders. Voor hen geldt dan geen wettelijke bescherming zoals in de statuten wel het geval kan zijn.

Openbaarmaking

Aandeelhoudersovereenkomsten bevatten vaak bepalingen die partijen het liefst vertrouwelijk willen houden, zoals afspraken omtrent de financiering van de vennootschap en daaraan gekoppelde verplichtingen van de aandeelhouders. Daarnaast worden vaak gedetailleerde afspraken opgenomen omtrent het verkoopproces van aandelen en de daaraan gekoppelde prijsbepaling. Teneinde de concurrentie niet te veel in de kaart te spelen achten partijen het veelal wenselijk dat dergelijke regelingen niet openbaar worden gemaakt.

Nu statuten altijd worden gedeponeerd bij het handelsregister is het mogelijk dat derden kennis nemen van de inhoud daarvan. Dit heeft als voordeel dat bepaalde regelingen of procedures ten opzichte van bestuurders, commissarissen en derden kunnen worden ingeroepen en dat zij enig inzicht kunnen verkrijgen in de besluitvorming binnen de vennootschap.

De notaris dient terughoudend te zijn met verwijzingen in statuten naar regelingen in overeenkomsten die niet openbaar worden gemaakt. Indien dit gebeurt kan het zo zijn dat derden hierdoor geen volledig beeld verkrijgen van de inhoud van de statuten. Het doel van de verplichte openbaarheid van statuten komt hierdoor te vervallen. De consequentie van dergelijke verwijzingen is dat daaraan geen vennootschappelijke werking kan worden toegekend. De regeling waarnaar wordt verwezen geldt dan slechts tussen de partijen bij de aandeelhoudersovereenkomst. Het vorenstaande betekent dat altijd een zorgvuldige afweging moet worden gemaakt in welk document specifieke afspraken worden vastgelegd.

Vennootschapsrechtelijk effect van overeenkomsten

Uit recente jurisprudentie blijkt dat aan aandeelhoudersovereenkomsten in bepaalde gevallen vennootschapsrechtelijke werking wordt toegekend. Dit betekent dat bepalingen die in een aandeelhoudersovereenkomst worden opgenomen dezelfde rechtsgevolgen kunnen hebben als statutaire bepalingen. Als voorbeeld noem ik een ontslagbesluit van een bestuurder dat volgens de statuten met twee derde meerderheid moest worden genomen en waarbij de aandeelhoudersovereenkomst uitging van unanimiteit. De rechtbank overwoog in dit geval dat een tijdelijke afwijking van de statuten geoorloofd kan zijn. Uiteindelijk gaat het hierbij om de vraag op welke wijze de aandeelhouders en andere betrokkenen bij de vennootschap zich ten opzichte van elkaar dienen te gedragen.
De door partijen gemaakte afspraken die zijn vastgelegd in een aandeelhoudersovereenkomst bieden vaak een aanknoping voor een rechter om te bepalen of aan de redelijkheidseisen is voldaan. De Hoge Raad stelt in een recent arrest dat het vennootschapsrechtelijk belang mede wordt bepaald door de aard en inhoud van de aandeelhoudersovereenkomst.
Indien is aangetoond dat een besluit van de vennootschap is genomen in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid is dat besluit vernietigbaar. Het bestaan van een aandeelhoudersovereenkomst kan dus relevant zijn om te kunnen aantonen dat een besluit al dan niet vernietigbaar is.

Conclusie

Aangezien partijen die een samenwerkingsverband aangaan niet altijd een notaris wensen in te schakelen en bepaalde afspraken graag vertrouwelijk willen houden komt het gebruik van een aandeelhoudersovereenkomst nog steeds veel voor. Afhankelijk van de positie waarin partijen zich bevinden kunnen zij een voorkeur hebben om specifieke zaken in de statuten dan wel in de aandeelhoudersovereenkomst te regelen. Gebleken is dat statuten voor bijvoorbeeld minderheidsaandeelhouders in beginsel een betere bescherming geven. Een ander voordeel van statuten is dat deze direct van toepassing zijn voor toetredende aandeelhouders en dat niet eerst partij moeten worden bij een overeenkomst. Hoewel uit rechtspraak blijkt dat afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst vennootschapsrechtelijke werking kunnen hebben, verschillen beide documenten inhoudelijk en qua vorm nog steeds van elkaar.
De bepalingen in statuten en in de aandeelhoudersovereenkomst dienen op elkaar worden afgestemd om te voorkomen dat de inhoud tegenstrijdig is of interpretatieverschillen kunnen ontstaan. Gedegen advies voorafgaand aan de start van een samenwerking is daarom van harte aanbevolen.

Ondernemingsrecht, Insolventierecht
mr. John Paans

mr. John Paans

notaris Baker McKenzie Amsterdam N.V.

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite