0131 - Verplicht melden als nieuwe zorgaanbieder, een verbetering van de kwaliteit van zorg?

0131 - Verplicht melden als nieuwe zorgaanbieder, een verbetering van de kwaliteit van zorg?

19april2018
mr. Brenda Leferink

GGZ Bontiusplaats, een door de Volkskrant verzonnen verslavingskliniek, werd zonder veel moeite en kritische vragen van de toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), toegelaten tot de zorgverleningsmarkt. Een stunt van de Volkskrant, een wake-up call voor de minister van VWS die, na een pilot van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (thans: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, IGJ), heeft geresulteerd in een wetsvoorstel Wet Toelating Zorgaanbieders (WTZa). Dit wetsvoorstel wordt momenteel behandeld door de Tweede Kamer. De WTZa creëert een strenger regime voor toetreding tot de zorgmarkt dan de huidige Wet toelating zorginstellingen (WTZi), hetgeen ten goede moet komen aan de kwaliteit van zorg.

De zorgmarkten
Het Nederlandse zorgstelsel kent - simplistisch weergegeven - drie zorgmarkten: de zorgverleningsmarkt, de zorginkoopmarkt en de zorgverzekeringsmarkt. De zorgverleningsmarkt is de markt waarop de zorg feitelijk verleend wordt door de zorgaanbieder en door de zorgconsumenten (patiënt/cliënt) wordt verkregen. De zorginkoopmarkt is de markt waarop de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder zich begeven en waar de zorgverzekeraar zorg inkoopt bij de zorgaanbieder. Op de zorgverzekeringsmarkt stellen zorgverzekeraars verzekeringen beschikbaar voor zorgconsumenten. 

Toelating tot de markt
Een zorgaanbieder die toegang wil tot de zorgverlenings- en zorginkoopmarkt wordt in het huidige stelsel geconfronteerd met de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). De WTZi bepaalt dat instellingen (organisatorische verbanden) die zorg willen verlenen waarop aanspraak bestaat ingevolge de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) een toelating van de minister van VWS nodig hebben. Zorgaanbieders die niet kwalificeren als een instelling hoeven voor het verlenen van Zvw-zorg of Wlz-zorg geen toelating te verkrijgen van de minister. Ook een aantal categorieën van zorginstellingen hoeven geen toelating aan te vragen. Zij zijn van rechtswege toegelaten, zoals huisartsen, apothekers en verloskundige praktijken.

Voor de zorginstellingen die wel een toelating nodig hebben, zoals instellingen voor medisch-specialistische zorg, geldt dat zij een aanvraag in moeten dienen bij het CIBG, die namens de minister de aanvraag beoordeelt en eventueel de toelating verleent. Het CIBG beoordeelt voornamelijk of de structuur van de zorginstelling voldoet aan de eisen die de WTZi en het Uitvoeringsbesluit WTZi stellen. De eisen die worden gesteld zien voornamelijk op de  governance. Voor een deel van de instellingen geldt bovendien dat het verboden is om een winstoogmerk te hebben. De beoordeling door het CIBG vindt plaats aan de hand van de statuten en door de raad van bestuur in te vullen verklaringen. Een controle op zorginhoudelijk niveau vindt niet plaats. Dat bleek ook uit de stunt van de Volkskrant. Het invullen van een paar formuliertjes en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel waren voldoende om een toelating te verkrijgen.

Pilot IGZ
In 2014 heeft de IGJ een pilot uitgevoerd waarbij het toezicht op nieuwe toetreders werd aangescherpt. Nieuwe zorgaanbieders werden binnen vier weken na de start bezocht door IGJ, waarbij getoetst werd op de aanwezigheid van randvoorwaarden voor het leveren van verantwoorde zorg. Uit deze pilot bleek dat nieuwe zorgaanbieders nauwelijks of geen kennis hadden van de (rand)voorwaarden die gesteld worden voor veilige en verantwoorde zorg.

De IGJ adviseerde de minister dan ook aan de voorkant, bij toetreding tot de zorgmarkt, eisen te stellen aan zorgaanbieders, waardoor organisaties zich bewust worden van de randvoorwaarden die ze moeten creëren om verantwoorde zorg te leveren. Dat zou ertoe moeten leiden dat ze direct zijn aan te spreken op het op orde hebben van die randvoorwaarden. Daarnaast constateerde de IGJ dat het toezicht niet effectief kon plaatsvinden omdat er geen goed zicht is op de nieuwe zorgaanbieders die zich op de markt begeven. Het tweede advies van de IGJ behelst dan ook het organiseren van een landelijke registratie van tot de markt toetredende (en vertrekkende) zorgaanbieders. 

Het Wetsvoorstel
Deze aanbevelingen hebben uiteindelijk geleid tot het wetsvoorstel WTZa, waarin een meldplicht voor nieuwe zorgaanbieders is opgenomen. De meldplicht gaat gelden voor alle zorgaanbieders die zorg zoals bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) willen gaan verlenen. Zorg in de zin van de Wkkgz is zorg op basis van de Zvw en de Wlz. Daarnaast valt ook andere zorg onder de Wkkgz. Andere zorg is in de Wkkgz wel gedefinieerd, maar de reikwijdte van dit begrip is vooralsnog niet geheel duidelijk. Wel is duidelijk dat onder andere zorg niet wordt begrepen zorg zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO 2015) en de Jeugdwet. Bovendien kunnen categorieën van zorgaanbieders bij AMvB worden uitgezonderd van de meldplicht. Zo is al besloten huisartsen en apothekers uit te zonderen van de meldplicht.

Meldplicht
De zorgaanbieders die zich moeten melden, dienen dat te doen voordat wordt gestart met de zorgverlening. Bij de melding moeten de nodige gegevens verstrekt worden. Die gegevens hebben betrekking op de aard van de te verlenen zorg, de personele en materiële inrichting van de organisatie, de voorwaarden betreffende de kwaliteit van zorg en de startdatum van de daadwerkelijke zorgverlening. Het CIBG draagt zorg voor de uitvraag van de gegevens en legt een register aan. De IGJ beoordeelt aan de hand van de antwoorden van de zorgaanbieders bij welke zorgaanbieders zij nader onderzoek, bijvoorbeeld in de vorm van een bezoek, noodzakelijk acht. Daarnaast wordt aan nieuwe zorgaanbieders in de meldingsprocedure informatie verstrekt over de voor de betreffende zorgaanbieder geldende kwaliteitseisen. Een en ander moet ertoe leiden dat zorgaanbieders zich vanaf het begin van de zorgverlening bewust zijn van de (kwaliteits)eisen waaraan ze moeten voldoen, zodat zij daar direct zelf mee aan de slag gaan zonder dat de IGJ elke zorgaanbieder hoeft te bezoeken en daarbij aan scholing moet doen op het gebied van de geldende eisen. 

‘De gegevens die de nieuwe zorgaanbieders in het kader van de meldplicht moeten verschaffen, dient de IGJ in staat te stellen een betere prioritering in haar toezicht aanbrengen.’

Vergunningsplicht
Naast de meldplicht kent de WTZa ook een vergunningsplicht, zoals de huidige WTZi die kent. De groep waarvoor de vergunningsplicht geldt, wijzigt wel. Onder de WTZa zijn instellingen die medisch-specialistische zorg verlenen of waar door meer dan 10 zorgverleners Zvw-zorg of Wlz-zorg wordt verleend vergunningsplichtig. Ook de toetsing van de vergunningsaanvraag verandert en wordt uitgebreid. Er wordt niet alleen getoetst op de governance-eisen maar ook op eisen betreffende de systematische kwaliteitsbeheersing en –verbetering, de financiële administratie en de medezeggenschapsregeling.

Kritiek WTZa
Vanuit verschillende geledingen is kritiek geuit op de WTZa. Onder andere de Afdeling Advisering van de Raad van State (de Afdeling) constateert knelpunten, onder meer met betrekking tot de reikwijdte van de meldingsplicht. De meldplicht en vergunningsplicht gaan immers niet gelden voor zorgaanbieders die zorg zoals bedoeld in de WMO 2015 of de Jeugdwet verlenen. Dat sluit in beginsel aan bij de decentralisering van deze zorgdomeinen.
De IGJ is echter wel belast met het toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp. Een meld- en vergunningsplicht voor jeugdhulpaanbieders zou in dat verband mijns inziens passend zijn, nu die verplichtingen juist verband houden met het toezicht op de kwaliteit van de zorg. De ongelijkheid die nu ontstaat bevreemdt.

Of de WTZa, in haar huidige vorm, de beoogde doelen bereikt is maar zeer de vraag. De gegevens die de nieuwe zorgaanbieders in het kader van de meldplicht moeten verschaffen, dient de IGJ in staat te stellen een betere prioritering in haar toezicht aan te brengen. Of de IGJ voldoende capaciteit heeft om alle meldingen, er worden er zo’n 8 tot 10 duizend per jaar verwacht, te analyseren valt te bezien. Gelet op het feit dat problemen voornamelijk werden geconstateerd bij PGB-initiatieven vergt dat des te meer aandacht. Die PGB-initiatieven zijn vaak kleinschalig en hebben doorgaans minder dan 10 zorgverleners, zodat voor deze initiatieven enkel de meldplicht geldt en niet de vergunningsplicht. Het signaleren van de probleemgevallen dient derhalve te gebeuren aan de hand van de meldingen. Bestaat daarvoor onvoldoende mankracht, dan lijkt de WTZa in ieder geval ten dele zijn doel voorbij te schieten.

Of, en in welke vorm, de WTZa uiteindelijk zijn intrede doet zal de toekomst leren. Dat er nog de nodige wijzigingen zullen worden doorgevoerd lijkt evenwel niet onaannemelijk.

 

Burgerlijk recht, Verzekeringsrecht
mr. Brenda Leferink

mr. Brenda Leferink

advocaat Nysingh Advocaten-Notarissen N.V.

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite