0132 - Regering zet weer in op overstap naar loondienst en participatiemodel

0132 - Regering zet weer in op overstap naar loondienst en participatiemodel

19april2018
mr. Margriet Verduijn

 

In de zorgparagraaf van het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van Rutte-III staat dat de regering stimuleert ‘dat medisch specialisten de stap maken naar het participatiemodel of loondienst’. Deze stimulans is in lijn met het beleid van oud-minister Schippers, die ook steeds heeft gepleit voor een overstap naar het participatiemodel of het loondienstmodel. Vooralsnog blijft een grootschalige overstap echter uit.

Achtergrond: invoering integrale tarieven
Per 1 januari 2015 zijn in de medisch specialistische zorg integrale tarieven ingevoerd. Het ziekenhuis en de vrijgevestigd medisch specialist worden sindsdien voor de tarifering als één geheel beschouwd. Het zelfstandig declaratierecht van de vrijgevestigd medisch specialist is komen te vervallen. Het ziekenhuis declareert de behandeling aan de zorgverzekeraar en de patiënt.

Het zelfstandig declaratierecht was voor de belastingdienst reden om de vrijgevestigd medisch specialist als fiscaal ondernemer aan te merken. Met het vervallen daarvan dreigden de vrijgevestigd medisch specialisten daarom ook hun status als fiscaal ondernemer te verliezen.

De vrijgevestigd medisch specialisten stonden als gevolg hiervan voor de keuze: zij konden de overstap naar loondienst maken, waarmee zij hun status als fiscaal ondernemer inderdaad zouden verliezen, of zij konden hun praktijk met behulp van een fiscaal organisatiemodel zo vormgeven, dat zij hun status als fiscaal ondernemer konden behouden.

Drie modellen
In de praktijk zijn na de invoering van de integrale tarieven in de medisch specialistische zorg grofweg drie orangisatiemodellen ontstaan:

  • het samenwerkingsmodel, waarbij medisch specialisten zich verenigen in een Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB);
  • het participatiemodel, waarbij medisch specialisten mede-eigenaar worden van het ziekenhuis; en
  • het loondienstmodel, waarbij medisch specialisten in loondienst treden van het ziekenhuis.

Het samenwerkingsmodel en het participatiemodel zijn fiscale organisatiemodellen, waarmee medisch specialisten hun status als fiscaal ondernemer kunnen behouden.

Stimulering loondienst- en participatiemodel
Oud-minister Schippers heeft er steeds voor gepleit dat medisch specialisten de overstap maken naar ofwel het loondienstmodel, ofwel het participatiemodel. Het samenwerkingsmodel werd door de minister nadrukkelijk als een ‘tussenmodel’ beschouwd. In een brief van 4 juli 2016 schreef de minister aan de Tweede Kamer:
   
‘In de aanloop naar de invoering van integrale bekostiging zijn – naast het loondienstmodel – twee nieuwe besturingsmodellen ontwikkeld, het samenwerkingsmodel en het participatiemodel. Het samenwerkingsmodel zie ik nadrukkelijk als een tussenmodel. De (financiële) belangen van ziekenhuizen en medisch specialisten kunnen in dit model tegenstrijdig zijn. Ook kan de machtspositie van het msb ten koste kan gaan van de slagkracht van de raad van bestuur, die de eindverantwoordelijkheid heeft voor kwaliteit en veiligheid. De NVZ en de FMS richten hun aandacht op verbetering van de samenwerking tussen specialisten en ziekenhuis binnen het samenwerkingsmodel. Dat is lovenswaardig, maar ik ben van oordeel dat op de lange duur het loondienstmodel en het participatiemodel betere condities geven voor (financiële) gelijkgerichtheid van medisch specialisten en ziekenhuis, en daarmee voor goede en doelmatige patiëntenzorg, dan het samenwerkingsmodel.’[1]

Uit de brief volgt dat de ‘gelijkgerichtheid’ van medisch specialisten enerzijds en de raad van bestuur van het ziekenhuis anderzijds voor de minister een belangrijke reden was om de overstap naar het loondienstmodel en het participatiemodel te bevorderen.

Om de overstap naar het loondienstmodel te stimuleren, is eind 2014 een subsidieregeling in het leven geroepen.[2] Op grond van de subsidieregeling kunnen medisch specialisten die de overstap naar loondienst maken, in aanmerking komen voor een subsidie van € 100.000. De subsidie is bedoeld om financiële belemmeringen voor een keuze voor loondienst te verminderen. De subsdidieregeling is inmiddels verlengd tot en met 2019.[3]

Ook heeft de minister door EY laten onderzoeken hoe het gebruik van het participatiemodel bevorderd kan worden. EY heeft geconcludeerd dat het huidige winstuitkeringsverbod voor ziekenhuizen in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) één van de belangrijkste belemmeringen is voor de doorontwikkeling naar het participatiemodel.
Om het voor medisch specialisten aantrekkelijk te maken om met privaat kapitaal deel te nemen in een ziekenhuis, is het volgens EY essentieel dat zij een winstvergoeding kunnen ontvangen. Andere essentiële maatregelen voor de doorontwikkeling naar het participatiemodel zijn volgens EY: het instellen van een apart belastingheffingsregime voor ziekenhuizen die winst uitkeren en het wegnemen van onduidelijkheid over de toepassing van de Wet normering topinkomens (WNT). Bij brief van 18 april 2017 heeft staatssecretaris Van Rijn het onderzoek van EY aangeboden aan de Tweede Kamer.[4] Vanwege de toen demissionaire status van het kabinet heeft hij geen beleidsreactie op het onderzoek gegeven.

In het regeerakkoord van Rutte-III wordt, zoals hiervoor al opgemerkt, opnieuw ingezet op een overstap naar het loondienstmodel en het participatiemodel. Opnieuw wordt de gelijkgerichtheid in het ziekenhuis hiervoor als reden genoemd. In het regeerakkoord staat:
‘Voor meer gelijkgerichtheid in het ziekenhuis stimuleren we dat medisch specialisten de stap maken naar het participatiemodel of loondienst.’[5]

De beleidslijn van Rutte-II wordt door Rutte-III dus doorgezet.

Aantal overstappers beperkt
Vooralsnog is de interesse van medisch specialisten voor een overstap naar het loondienstmodel of het participatiemodel beperkt. Bij brief van 6 december 2017 heeft de minister voor medische zorg de Tweede Kamer geïnformeerd over het aantal medisch specialisten dat met gebruikmaking van de subsidieregeling de overstap van vrije vestiging naar loondienst heeft gemaakt.[6] Waar in 2015, vlak na de invoering van de integrale tarieven, nog 449 medisch specialisten gebruik hebben gemaakt van de subsidieregeling, waren dat er in 2016 en 2017 nog maar respectievelijk veertien en één.

Voor het participatiemodel is nog minder interesse onder medisch specialisten. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) concludeerde begin 2016 dat in 2015 nog geen enkel ziekenhuis had gekozen voor het participatiemodel.[7] Ook EY stelde in april 2017 vast dat door ziekenhuizen en medisch specialisten nog vrijwel niet was gekozen voor het participatiemodel.[8]

‘Als de regering medisch specialisten tot een overstap wil verleiden, lijken (nieuwe) stimuleringsmaatregelen noodzakelijk.’

Het is de vraag of die interesse voor het participatiemodel nog zal komen. De Federatie Medisch Specialisten (FMS) heeft onlangs publiekelijk afstand genomen van het participatiemodel. In een interview met Zorgvisie stelde Marcel Daniëls, de voorzitter van de FMS, over de door de regering gewenste overstap naar het participatiemodel:
   
‘We moeten nog eens goed nadenken of dat wel zo verstandig is. Het participatiemodel betekent in feite dat de specialisten financieel investeren in de stenen van het ziekenhuisgebouw. Dan krijgen ze ook een intrinsieke drive om het gebouw en de daarvoor benodigde omzet van het ziekenhuis overeind te houden. Is dat wel verstandig? Ik denk niet dat je specialisten vast moet klinken aan het gebouw.’[9]

Volgens Daniëls is er binnen het samenwerkingsmodel voldoende basis voor gelijkgerichtheid. Een overstap naar het participatiemodel is volgens hem niet nodig.

Conclusie
De regering heeft de afgelopen jaren ingezet op een overstap naar het loondienstmodel en het participatiemodel. Ook in het nieuwe regeerakkoord wordt daarvoor aandacht gevraagd. Vooralsnog is de interesse onder medisch specialisten om daadwerkelijk een overstap te maken echter beperkt. Als de regering medisch specialisten tot een overstap wil verleiden, lijken (nieuwe) stimuleringsmaatregelen dus noodzakelijk.

 

[1] Kamerstukken II 2015/16, 32 012, nr. 39, p. 3.

[2] Stcrt. 2014, 26413.

[3] Stcrt. 2017, 2564.

[4] Kamerstukken II 2016/17, 32 012, nr. 42.

[5] Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van 10 oktober 2017, p. 14.

[6] Kamerstukken II 2017/18, 29 248, nr. 308, p. 7.

[7] NZa ‘Monitor integrale bekostiging medisch specialistische zorg 2015’, p. 18, te raadplegen via www.nza.nl.

[8] EY ‘Rapport Onderzoek mogelijkheden tot bevorderen participatiemodel’ van 14 april 2017, p. 13, bijlage bij Kamerstukken II 2016/17, 32 012, nr. 42.

[9] https://www.zorgvisie.nl/federatie-neemt-afstand-van-participatiemodel/.

 

Burgerlijk recht, Verzekeringsrecht
mr. Margriet Verduijn

mr. Margriet Verduijn

advocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite