0135 - Transparantie als norm: het openbaar maken van inspectiegegevens.

0135 - Transparantie als norm: het openbaar maken van inspectiegegevens.

19april2018

 

Op 11 oktober 2016 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel ‘Actieve openbaarmaking inspectiegegevens’.[1] Dit wetsvoorstel bevat onder andere wijzigingen voor de Gezondheidswet en de Jeugdwet, waarmee grondslagen worden gecreëerd voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd i.o. (de Inspectie) om inspectiegegevens actief openbaar te maken.[2] 
Het wetsvoorstel komt voort uit het in de politiek al langer bestaande voornemen om te zorgen voor meer transparantie in het overzichtstoezicht.[3] Ook wordt met het wetsvoorstel gehoor gegeven aan de wens van de Tweede Kamer om door (nalevings)gegevens openbaar te maken de naleving van normen in (onder andere) de jeugd- en gezondheidszorg te verbeteren.[4]
Het wetsvoorstel roept verschillende vragen op, zoals: wat verandert er straks? En, wat betekenen deze veranderingen voor aanbieders van (jeugd)zorg[5] die te hebben met inspectietoezicht? In dit artikel ga ik beknopt in op deze vragen.

De huidige wetgeving en openbaarmaking door de Inspectie
De huidige wetgeving biedt de Inspectie al mogelijkheden om toezichtsinformatie openbaar te maken. Zo kan de Inspectie op grond van de ‘Wet openbaarheid van bestuur’ (Wob) ambtshalve besluiten bepaalde informatie openbaar te maken. De Inspectie maakt dan een belangenafweging tussen het algemeen belang bij openbaarmaking en het belang van de betrokken zorgaanbieder om niet onevenredig te worden benadeeld. De Inspectie kan ook op verzoek informatie openbaar maken na een daartoe strekkend (Wob-)verzoek. In dat geval maakt de Inspectie eveneens eerst een belangenafweging en toetst zij aan de in de Wob opgenomen weigeringsgronden voor het verstrekken van informatie.

Ook nu voert de Inspectie al een ‘actief openbaarmakingsbeleid’. Dit beleid betekent kort gezegd dat de Inspectie rapporten die zijn opgemaakt naar aanleiding van toezichtbezoeken aan zorgaanbieders openbaar op de website plaatst. Het gaat dan in het bijzonder om rapporten die zijn opgemaakt in het kader van thematoezicht, verscherpt toezicht, een bevel tot sluiting of een advies tot het geven van een aanwijzing. Rapporten over incidenten of calamiteiten worden alleen openbaar gemaakt bij grote politieke of maatschappelijke aandacht. Inspectierapporten over bestuurlijke boetes, opsporing en/of strafrechtelijke maatregelen worden op dit moment niet openbaar gemaakt.[6]

De huidige ‘openbaarmakingsprocedure’ houdt in dat een zorgaanbieder na afloop van een inspectiebezoek een conceptrapport ontvangt.[7] De zorgaanbieder krijgt vervolgens vier weken de tijd om daar schriftelijk op te reageren en eventuele feitelijke onjuistheden aan te kaarten. Vervolgens past de Inspectie het rapport aan en stelt het definitief vast. Wanneer de Inspectie niet alle opmerkingen van de zorgaanbieder verwerkt, wordt dat per brief aan de zorgaanbieder toegelicht. Na verzending van het rapport naar de zorgaanbieder wacht de Inspectie nog minimaal drie weken met het publiceren van het rapport. Dit geeft de zorgaanbieder de gelegenheid om zich voor te bereiden op de publicatie.

De voorgenomen wetgeving en openbaarmaking door de Inspectie
Na de voorgenomen wijzigingen van de Gezondheidswet en de Jeugdwet verdwijnt de (expliciete) individuele belangenafweging die de Inspectie nu steeds voorafgaand aan een (eventuele) openbaarmaking moet maken. In plaats daarvan wordt in beide wetten limitatief aangegeven welke informatie voor openbaarmaking in aanmerking komt en wordt vervolgens bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)[8] bepaald welke informatie de Inspectie openbaar moet maken. Dat is een bewuste keuze van de wetgever, voortkomend uit de overtuiging dat individuele belangen van zorgaanbieders niet opwegen tegen het algemene belang van burgers om juist en volledig te worden geïnformeerd. Of anders gezegd: de wetgever meent dat het belang van transparantie, het informeren en het beschermen van anderen prevaleert boven het individuele belang van mogelijke reputatieschade van de zorgaanbieder.[9]

“Na de voorgenomen wijzigingen van de Gezondheidswet en de Jeugdwet verdwijnt de (expliciete) individuele belangenafweging die de Inspectie nu steeds voorafgaand aan een (eventuele) openbaarmaking moet maken”

De Inspectie zal na de voorgenomen wetswijzigingen wel steeds een ‘standstill periode’ van twee weken in acht moeten nemen na het opmaken en voorafgaand aan het openbaar maken van inspectiegegevens. In deze periode vindt de openbaarmaking – behoudens spoedeisendheid[10] – nog niet plaats. De gedachte achter de standstill periode is dat zorgaanbieders die zich niet met de openbaarmaking (en/of de openbaar te maken gegevens) kunnen verenigen de tijd krijgen om een voorlopige voorziening bij de rechtbank te starten. In dat geval wordt de openbaarmaking opgeschort.

Gevolgen van de wetswijzigingen voor zorgaanbieders
Het meest opvallende – en ingrijpende – verschil tussen de huidige en de voorgenomen wetgeving is dat de belangenafweging voorafgaand aan het openbaar maken in beginsel verdwijnt. Hoewel de Raad van State hier in een adviesrapport naar aanleiding van het wetsvoorstel enkele kritische kanttekeningen bij plaatste,[11] blijft de wetgever op het standpunt dat het algemeen belang van burgers het ‘wegvallen’ van individuele toetsing rechtvaardigt. Daarbij merkte de wetgever ook op dat een besluit tot openbaarmaking altijd nog aan de rechter kan worden voorgelegd.

Naast vragen over de gevolgen van het voorgenomen gebonden karakter van openbaarmaking voor (bijvoorbeeld) de rechtsbescherming van zorgaanbieders roept het wetsvoorstel ook vragen op over de procedure die voorafgaat aan openbaarmaking. Zo blijkt niet uit het wetsvoorstel of de AMvB of en op welke wijze zorgaanbieders voorafgaand aan het opmaken van een rapport nog de mogelijkheid krijgen om eventuele (feitelijke) onjuistheden in dat rapport aan te kaarten. In het wetsvoorstel en de (concept)AMvB is over een conceptfase niets opgenomen. Wel blijkt uit de behandeling van het wetsvoorstel dat “er vanuit is gegaan” dat in de fase waarin een inspectie- of controlerapport tot stand komt, de zorgvuldigheidseisen in acht worden genomen.[12] Wanneer de Inspectie (volgens de betrokken zorgaanbieder) die zorgvuldigheid niet betracht, kan de betrokkene zich in de standstill periode bij de voorzieningenrechter verweren tegen openbaarmaking.[13]

Tot slot valt in de (concept)AMvB op dat zorgaanbieders die geconfronteerd worden met de openbaarmaking van inspectiegegevens daar een inhoudelijke reactie op mogen geven, die bij de gegevens wordt gepubliceerd. Deze reactiemogelijkheid is beperkt tot 200 woorden, hetgeen vragen oproept over de waarde en de effectiviteit van een dergelijke reactie: kunnen zorgaanbieders in maximaal 200 woorden hun eventuele onvrede met (de inhoud van) een inspectierapport voldoende weergeven?

Concluderend
Hoewel met de voorgenomen wetswijzigingen tegemoet wordt gekomen aan de al langer bestaande wens om transparanter en actiever overheidstoezicht ten behoeve van het algemeen belang van burgers en de kwaliteit van de gezondheidszorg, roept de voorgenomen wettelijke uitwerking daarvan wel enkele vragen op. Naast vragen over het verdwijnen van de individuele belangenafweging voor openbaarmaking is een belangrijke vraag of de geringe reactiemogelijkheid die zorgaanbieders (los van een ultiem juridisch verweer), wordt geboden wel in verhouding is met de gevolgen die openbaarmaking – hoe terecht die ook is – kan hebben.

 

[1] Kamerstukken I 2016/17, 34111, A (‘Wijziging van de Gezondheidswet en de Jeugdwet teneinde een mogelijkheid op te nemen tot openbaarmaking van informatie over de naleving en uitvoering van regelgeving, besluiten tot het opleggen van sancties daarbij inbegrepen’).

[2] Strikt genomen wordt in het wetsvoorstel een onderscheid gemaakt tussen de ‘Inspectie voor de Gezondheidszorg’ en de ‘Inspectie voor de Jeugd’. Inmiddels zijn deze Inspecties gefuseerd tot de ‘Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd i.o.’ Op een later moment zal per Koninklijk Besluit de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) worden geformaliseerd. Zie ook: http://www.igj.nl.

[3] Kamerstukken II 2005/06, 27 831, nr. 15.

[4] Kamerstukken II 2014/15, 34 111, nr. 3, p. 1

[5] Omwille van de leesbaarheid zullen de aanbieders van jeugd- en gezondheidszorg hierna gezamenlijk worden geduid als ‘zorgaanbieders’.

[6] Zie: http://www.igj.nl/onderwerpen/openbaarmaking.

[7] Idem.

[8] De concept AMvB is in de zomer van 2017 via internetconsultatie aan het veld voorgelegd (zie: http://www.internetconsultatie.nl/besluit_openbaarmaking_toezicht_en_uitvoeringsgegevens_gezondheidswet_en_jeugdwet/details). Na verwerking van de reacties zal de AMvB – voordat deze kan worden vastgesteld – nog moeten worden ‘voorgehangen’ aan beide Kamers. Pas na vaststelling van de AMvB zal het wetsvoorstel in werking treden. 

[9] Kamerstukken II 2014/15, 34111, nr. 3, p. 10.

[10] In het wetsvoorstel zijn enkele situaties opgenomen waarin daarvan volgens de wetgever sprake is.

[11] Kamerstukken II 2014/2015, 34111, nr. 4, p. 4 e.v.

[12] Kamerstukken II 2015/16, 34111, nr. 6, p. 27.

[13] Idem.  

 

Burgerlijk recht, Verzekeringsrecht
mr. Sofie Steen

mr. Sofie Steen

advocaat KBS Advocaten N.V.

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite