0147 - De overeenkomst dwingt niet tot samenwerken

0147 - De overeenkomst dwingt niet tot samenwerken

24april2018
mr. ing. Jos van de Vijver

 

De uitspraak: “de overeenkomst dwingt niet tot samenwerking” werd gedaan in een grootschalig en compleet uit de hand gelopen conflict tussen een overheidsopdrachtgever en een aannemerscombinatie. De uitspraak was van een  opdrachtgever die de overtuiging had dat hij daarmee niets vreemd zei. Voor hem was duidelijk dat een overeenkomst slechts een samenstel van afspraken was van enkel over en weer geldende concrete verplichtingen: de opdrachtgever hoefde “slechts” het bestek ter beschikking te stellen en de aanneemsom te betalen terwijl de aannemer “slechts” het werk op tijd, binnen budget en goed moest uitvoeren.  Daarmee was voor deze opdrachtgever de kous af.

Over samenwerken stond niets geregeld in de overeenkomst en dus was dat ook geen issue voor deze opdrachtgever. Overigens is dit standpunt niet typisch voor opdrachtgevers. Ook aannemers stellen zich vaak op dit standpunt, hoewel de indruk bestaat dat zij vaker een beroep doen op de gedachte “van samen een klus te klaren”  dan opdrachtgevers. Helemaal onlogisch is dit niet. Vaak is de aannemer de partij – bijvoorbeeld in het kader van een aanbesteding – die een  door de opdrachtgever opgestelde overeenkomst maar heeft te accepteren. In het kader van de contractonderhandelingen – als daarvan al sprake is – is de opdrachtgever over het algemeen toch de bovenliggende partij.  Veel inschikkelijkheid om tot aanpassing van de overeenkomst te komen, wordt er dan niet getoond: voor de aannemer is het slikken of stikken. De partijen schikken zich vaak ook in deze rollen: dit is altijd zo geweest en zal nooit veranderen.

Toch verbazen partijen zich er vervolgens over dat bij veel projecten ondanks een “heldere en duidelijke overeenkomst”  er toch geschillen ontstaan. Het is dan gemakkelijk te wijzen naar de ander: die heeft het werk onderschat, die heeft geen goed bestek gemaakt, die heeft gedoken met zijn prijs en probeert zijn verlies met meerwerkclaims goed te maken. etc. etc. Bij al deze verwijten wordt niet gekeken naar wat de andere partij had kunnen doen om problemen op het werk te voorkomen. Immers het is gemakkelijker te wijzen naar de ander dan naar de eigen rol te kijken. Vaak zal de eigen juridische afdeling of de eigen advocaat waarschuwen dat “meedenken met de ander” bij het vinden van een oplossing van een onvoorzien probleem, allerlei risico’s met zich mee brengt. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat het risico dat “zo slim” naar de andere partij was gecontracteerd, weer terugkeert bij die partij die wil meedenken bij het vinden van een oplossing. Een probleem dat zich in de bouw voordoet moet vooral niet gezamenlijk worden opgelost maar vooral gelaten bij de partij die volgens het contract daarvoor de verantwoordelijk heeft of toebedeeld heeft gekregen. Juristen en advocaten zijn zo onbewust vaak ook een grote veroorzaker van  geschillen en er de oorzaak van dat een probleem veel groter wordt. Een probleem dat mogelijk vroegtijdig tegen lage kosten had kunnen zijn verholpen loopt zo het risico uit te groeien tot een totale verstoring van het werk met megaclaims over en weer.

In Angelsaksische  overeenkomsten is vaak wel veel aandacht voor de samenwerking tussen partijen. Met name is dan aandacht voor de wijze waarop partijen tijdens het werk met elkaar moeten communiceren en zijn er procedures over hoe te handelen wanneer zich een probleem voordoet. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan het concept van een “project start up’ waarbij partijen voorafgaand aan de daadwerkelijke start van het werk samen gaan zitten om in alle rust het project te doorgronden. Wat zijn de risico’s die zich kunnen voordoen? Wat kunnen dan de maatregelen zijn om die risico’s te beheersen, wie draagt daarvoor de eerste verantwoordelijkheid en wie draagt of dragen daarvoor de kosten? Een zorgvuldige omgang tussen de bouwpartijen wordt bereikt door “partnering” toe te passen. Dit betreft een methode waarbij de samenwerking bewust wordt gestructureerd. Het is gericht op teamwork en het ontstaan van vertrouwen tussen de partijen. Deze samenwerking volgens bepaalde procedures is dan onderdeel van de overeenkomst geworden. Het geeft houvast wanneer zich tijdens de bouw onverwachte zaken aandienen. 

Hoe anders is het dan bij de typisch Nederlandse bouwcontracten op basis van bijvoorbeeld de UAV en de UAV GC. Over hoe met elkaar te communiceren,  over hoe te werken aan vertrouwen over en weer, over hoe een onverwacht probleem gezamenlijk zou moeten worden opgepakt, kortom over hoe samen te werken, staat in die regelingen weinig tot niets opgenomen. En dat is duidelijk een gemiste kans. Want de ervaring leert nu eenmaal dat bij overeenkomsten waarbij wel heel duidelijk over dat soort zaken is nagedacht, zich minder geschillen voordoen en onverwachte problemen tijdens het werk minder snel escaleren tot juridische conflicten. De partijen die vinden dat de overeenkomst niet verplicht tot samenwerking doen zichzelf dus eigenlijk tekort.

Overigens geeft de Nederlandse wet een belangrijk aanknopingspunt om het ‘samenwerkingsconcept’ ook in Nederlandse bouwcontracten een belangrijker plaats te geven. Partijen bij wederkerige overeenkomsten zijn immers gehouden bij de uitvoering van de overeenkomst ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de andere partij.  Met andere woorden, als men met elkaars gerechtvaardigde belangen rekening moet houden dan is het goed om te weten wat die belangen dan zijn en daarvoor moet men met elkaar in gesprek. En dat is toch een begin van samenwerking. Nog anders gezegd: de overeenkomst verplicht wel tot samenwerking. Over dit onderwerp heeft Presolve, het expertisecentrum voor geschillenvrij bouwen, in het najaar van 2017 een seminar georganiseerd met vertegenwoordigers van alle belangrijke  bouwspelers. Informatie over dat seminar is te vinden op www.presolve.info

Bestuursrecht, Bouwrecht, Huurrecht
mr. ing. Jos van de Vijver

mr. ing. Jos van de Vijver

advocaat Mr. Ing. J.J. van de Vijver, Advocaat & Mediator in het Vastgoed

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite