0148 - Hoofdpijndossier: bouwrecht bij de gewone rechter

0148 - Hoofdpijndossier: bouwrecht bij de gewone rechter

24april2018
mr. Saskia Könemann

 

Na de bouwenquête zijn er meer bestekken op de markt gekomen waarin het arbitraal beding is geschrapt en de gewone rechter bevoegd is geschillen te behandelen. In 2011 vroeg de Rechtbank Den Haag zich in een vonnis echter vertwijfeld af of partijen niet beter hadden kunnen gaan arbitreren en wees vervolgens alle vorderingen n conventie en reconventie af bij gebrek aan bewijs. [1]

Hoewel ik met de rechtbank van mening ben dat arbitrage een geschikter middel is voor het beslechten van een groot deel van de bouwgeschillen, lijkt die overweging me ongepast. Zeker nu die nogal contrasteert met het oordeel dat een arbitraal beding onredelijk bezwarend is in consumentencontracten.

Dat de rechtbank in de bewuste uitspraak een procesdossier van bijna één verhuisdoos als zeer omvangrijk aanduidt en niet de moeite neemt om de afwijzing van de verschillende vorderingen separaat te motiveren vind ik ronduit schokkend.

Na een onderzoeksrapport 2012 in opdracht van de rechterlijke organisatie wordt geconstateerd dat op het gebied van bouwrecht specialisatie van rechters gewenst is.[2] En in het kader van de Herziening Gerechtelijke Kaart per 1 januari 2013 wordt aangekondigd dat de rechtbanken onder meer op het gebied van bouwrecht gespecialiseerde rechters zullen inzetten. Wat is nu het resultaat van deze specialisatie?

In debatten over de voor- en nadelen van het procederen bij de gewone rechter in bouwzaken wordt regelmatig de stelling geponeerd dat er al snel een deskundige wordt benoemd en dat partijen daarmee zijn overgeleverd aan het oordeel van de deskundige. [3]

Ik kan het verkeerd hebben, want ik heb geen statistisch onderzoek gedaan, maar ik heb de indruk dat de rechtbanken het benoemen van een deskundige de laatste tijd waar mogelijk trachten te vermijden[4].

In enkele recente vonnissen in omvangrijke bouwzaken werden door de rechtbank beslissingen genomen zonder bewijsopdrachten en zuiver op basis van regels van bewijsrecht over zaken als:

- Is het werk opgeleverd?

- Welk deel van het werk is gereed?

- Is er uitgevoerd conform bestek?

- Is er sprake van een gebrek?

- Is er sprake van meerwerk of minderwerk?

In die vonnissen komen veelvuldig passages voor als “ x heeft niet (voldoende) betwist dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de door y verstrekte gegevens”, “ Z heeft haar stellingen onvoldoende geconcretiseerd dan wel onderbouwd om tot de conclusie te komen dat er sprake is van een gebrek”  “Naar het oordeel van de rechtbank valt op basis van de foto-opname niet vast te stellen dat het werk voor x % gereed was”. Daarbij wordt soms een uitdrukkelijk bewijsaanbod om een stelling te bewijzen met een deskundigenrapport gepasseerd.

Bij dit soort overwegingen moet bedacht worden dat niet is uit te sluiten dat de gewenste bewijsstukken niet voorhanden waren. Bijvoorbeeld doordat tijdens de uitvoering van een werk het belang van de voortgang prevaleert boven dat van bewijsverzameling.

Nu is het benoemen van een deskundige ook niet zaligmakend. Allereerst is daar het probleem dat de lijstjes van de rechtbanken veelal te weinig gespecialiseerde deskundigen bevatten, dan wel de rechtbanken moeite hebben met het selecteren van een deskundige met het juiste specialisme. Partijen kunnen zelf ook deskundigen voorstellen, maar daarbij doet zich het probleem voor dat partijen het vaak niet eens worden. Een deskundige die genoemd wordt door de ene partij, wordt door diens wederpartij vaak met de nodige argwaan bekeken.

Daarnaast is een deskundigenbericht erg tijdrovend. Met alle stappen die daarmee gemoeid zijn- van het vaststellen van de deskundige en de  vragen tot de conclusies na deskundigenbericht- is men daar al gauw meer dan een jaar mee zoet.

Maar als de Rechtbank weigert nadere bewijslevering door een deskundige toe te laten, trekt degene die de bewijslast heeft altijd aan het kortste eind. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Dit kan er toe leiden dat procespartijen zich genoodzaakt zien zelf een deskundigenrapport te laten opstellen, waarop dan mogelijk een tegenrapport van de wederpartij volgt, waarna de rechtbank zich dan wellicht wel genoodzaakt zal zien om een deskundige te benoemen.  Dit is een kostbare werkwijze.

Omdat partijen er niet op kunnen rekenen dat de rechtbank een deskundige zal benoemen, ook al is een bewijsaanbod in die richting gedaan, doen zij er goed aan hun stellingen zorgvuldig onder de loep te nemen vanuit het perspectief: heb ik voldaan aan mijn stelplicht en eventuele bewijslast? Daarbij rekening houdend met het feit dat de rechtbank niet bedreven is in het lezen van technische tekeningen en ook niet in het zelfstandig beoordelen of een uitgevoerde werkzaamheden deugdelijk zijn of niet.

Wellicht kan het in voorkomende gevallen helpen de rechtbank erop te wijzen dat partij geen mogelijkheid heeft bewijs te leveren behalve door een deskundigenbericht.

 

[1] RB Den Haag 21 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BV7956.

[2] Specialisatie gewenst? De behoefte aan gespecialiseerde rechtspraak binnen het Nederlandse bedrijfsleven, Raad voor de Rechtspraak, maart 2012.

[3] De rechter kan de juistheid van het deskundigenbericht immers vaak niet goed beoordelen en zal dit oordeel al snel volgen.

[4] Dergelijk statistisch onderzoek is op basis van de openbare bronnen ook niet goed mogelijk omdat niet alle zaken gepubliceerd worden op rechtspraak.nl.

Bestuursrecht, Bouwrecht, Huurrecht
mr. Saskia Könemann

mr. Saskia Könemann

advocaat Sight

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite