0163 - KEI-bestendige advocaten

0163 - KEI-bestendige advocaten

07juni2018

 

Pas geleden viel mijn oog op een filmpje van pakweg twee minuten. In de Nieuwsbrief Rechtspraak stond een link met de pakkende titel ‘Filmpje toont voordelen digitale rechtspraak’.[1] Het onderwerp laat zich raden. Het trapt af met iemand achter een bureau, omgeven door torenhoge stapels dossiers. Met een karretje worden enkele stapels vervolgens naar een grote wandkast vol dossiers gereden. Een advocaat, een rechter en de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak (Rvdr) lichten de voordelen toe van digitaal procederen. De voorzitter van de Rvdr besluit: ‘moderne, snelle en begrijpelijke rechtspraak, dat is wat wij willen’. De boodschap is duidelijk: digitale rechtspraak is in het voordeel van alle partijen.   

De website van de Orde van Advocaten (NOvA) bevat een dossier ‘Digitaal procederen KEI’.[2] De algemene raad van de NOvA adviseert positief op het besluit van de Rvdr om te beginnen met de verplichte fase van KEI. De algemeen deken van de NOvA stelt dat er flinke vorderingen zijn gemaakt op het gebied van betrouwbaarheid en gebruiksvriendelijkheid:

‘Op het gebied van gebruiksvriendelijkheid van het webportaal, afspraken die met de rechterlijke macht zijn gemaakt rond de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding bij storingen aan de stroomvoorziening, de internetverbinding of de advocatenpas, de uitwerking van de noodscenario’s en de mate van ondersteuning van advocaten door het Rechtspraak Servicecentrum, heeft de NOvA vertrouwen dat gestart kan worden met de uitrol van de eerste verplichte fase voor civiel en bestuur.’[3] De NOvA stelt wel nog een aantal zorgpunten te hebben, zoals de onmogelijkheid om zonder in en uit te loggen zaken van meerdere advocaten te bekijken en de gebruiksonvriendelijke naamgeving in het digitale dossier.

Vanuit de NOvA is er dus wat kritiek vanuit een praktisch oogpunt, vanuit de gebruiksvriendelijkheid. De advocatuur heeft veel aandacht voor de praktische kant, zoals de vraag of het systeem wel gebruiksvriendelijk is en welk soort systeemkoppeling gebruikt zal worden.[4] Wat mij betreft kan KEI niet los worden gezien van een bredere en al langer bestaande ontwikkeling. KEI gaat niet alleen over een verplichte digitalisering van civiele procedures.[5] Het is (veel) meer dan dat. Het is een nieuwe stap in een proces waarin de rol van rechter en advocaat verandert. De rechter wordt actiever; dat is een ontwikkeling die al een tijd gaande is. KEI haakt hier bij aan door de regiefunctie van de rechter nauwgezetter en uitgebreider te regelen. Het nieuwe artikel 19 lid 2 Rv. luidt:

“De rechter neemt ambtshalve of op verlangen van een van de partijen alle beslissingen die nodig zijn voor een goed verloop van de zaak.”

Verder kan worden gewezen op de centrale plaats die de mondelinge behandeling onder het KEI-regime krijgt en de gedachte dat bewijslevering zoveel mogelijk daar moet plaatsvinden. Ik lees wel dat met de invoering van KEI geen verandering wordt beoogd van het systeem van artikel 24, 25 en 149 Rv. en dat het dus aan partijen blijft om de omvang van het geding te bepalen.[6] De wetgever bevestigt dit ook.[7]

Ik vraag mij echter af of de invoering van KEI niet ook een opmaat vormt voor een meer op waarheidsvinding gerichte civiele procedure. Een minder lijdelijke rechter in de toekomst dus. De rechter lijkt onder KEI in ieder geval meer op waarheidsvinding toegeruste bevoegdheden te krijgen.[8] Wat denk ik ook een rol speelt is dat vrijwel iedereen in het huidige internettijdperk in een handomdraai toegang heeft tot zeeën aan informatie, ook de rechter.[9] Het begrip feiten van algemene bekendheid wordt opgerekt, maar de rechter heeft bijvoorbeeld ook meer dan in het verleden toegang tot informatie over procespartijen, over een situatie ter plaatse, etc. Daar past wellicht een meer actieve rechter bij.

In april dit jaar heeft het advies ‘Modernisering burgerlijk bewijsrecht’ van de expertgroep het licht gezien. De expertgroep stelt op een van de eerste pagina’s van haar advies: ‘het belang van een zoveel mogelijk volledige en correcte vaststelling van de feiten is ons inziens zo groot, dat wij waarheidsvinding als een fundamenteel beginsel van procesrecht aanmerken.’[10] De expertgroep legt een verband tussen het instrumentarium dat de actieve rechter onder KEI ter beschikking heeft en ‘de wijze waarop de waarheidsvinding gestalte dient te krijgen, door onder meer het overleggen van stukken, het geven van bepaalde informatie of inlichtingen of het horen van getuigen (art. 30k lid 1, lid 2, lid 5, lid 6 en art. 30o Rv).’ In een recent nummer van dit tijdschrift zijn fraaie wijze al twee meningen over de veranderende rol van de rechter onder KEI weergegeven.[11]

Van Schaick – zelf onder andere advocaat en raadsheer-plaatsvervanger –  heeft een meer traditionele opvatting over het keurslijf van de civiele rechtspleging. Ahsmann legt daarentegen meer de nadruk op een goede rechtsbedeling. Ashmann signaleert tegelijkertijd dat de handhaving van ‘artikelen 24 en 149 Rv, waarin de contouren van het rechterlijk optreden zijn vastgelegd, [het zicht] vertroebelen op de taak van de rechter ter comparitie.’ Met andere woorden – en geparafraseerd – Ashmann constateert een spanningsveld tussen de opdracht van de wetgever aan de rechter om actiever op te treden en de handhaving van het lijdelijkheidsbeginsel.

Mijn punt is het volgende. Vanuit het perspectief van de advocaat verdient de hiervoor geschetste ontwikkeling meer aandacht. Als de voorstellen van de expertgroep ‘Modernisering burgerlijk bewijsrecht’ worden overgenomen, dan zullen partijen bijvoorbeeld nog voordat een gerechtelijke procedure begonnen is al verplicht zijn om mee te werken aan waarheidsvinding door het verstrekken van relevante informatie aan de ander. Waarheidsvinding zal dan ook een voorname(re) rol spelen. En onder KEI wordt de rechter actiever, meer een regisseur en zal de mondelinge behandeling centraal staan. Dit vergt een andere proceshouding dan de ‘traditioneel bepaalde, terughoudende en afwachtende opstelling van procespartijen’.[12] De houd-je-kruit-droog-tactiek van veel advocaten zal dan in ieder geval definitief tot het verleden moeten gaan behoren.[13] Hier ligt een uitdaging voor KEI-bestendige advocaten.

 

[1] Te vinden op: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Start-verplicht-digitaal-procederen-in-asiel--en-bewaringzaken.aspx.

[2] Te vinden op: https://www.advocatenorde.nl/dossier/digitaal-procederen. 

[3] Te vinden op: https://www.advocatenorde.nl/nieuws/positief-advies-nova-op-volgende-fase-kei. 

[4] Bijvoorbeeld C.J.M. Klaassen, Advocaat ‘let op uw saeck’, NJB 2017/617. Uiteraard zijn er ook andere geluiden te horen, zoals bijvoorbeeld H.J.W. Alt, Sneller proces mag niet ten koste gaan van waarheidsvinding, Adv.bl. 2017-6, p. 54.

[5] Ik beperk mij in dit redactioneel tot civiele procedures, hoewel KEI natuurlijk meer omvattend is.

[6] Zie bijvoorbeeld R. Wieringa, KEI: belangrijke wijzigingen voor de civiele procedure op een rij, BER 2017/3 en H.J. van Harten en M. van der Veen, Een professionele ontmoeting tussen advocaten en rechters, TvPP 2017, nr. 2, p. 59.

[7] Kamerstukken II 2014-2015, 34059, nr 3, p. 7.

[8] Denk bijvoorbeeld aan artikel 30o Rv. (nieuw).

[9] Zie ook mijn bedrage J.C. Heuving, Internet en de (minder) lijdelijke rechter, TvPP 2012, afl. 1.

[10] Te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/04/11/adviesrapport-modernisering-burgerlijk-bewijsrecht.

[11] Van Schaick, Een eerlijk proces onder KEI?, TvPP 2017, nr. 2, p. 41 e.v. en M.J.A.M. Ahsmann, Formele en materiële procesinleiding: over botsende rechtsbeginselen en de rol van de rechter voorafgaand aan en tijdens de mondelinge behandeling, TvPP 2017, nr. 2, p. 48 e.v.

[12] Zie p. 10 van het adviesrapport Modernisering burgerlijk bewijsrecht van de expertgroep.

[13] In 2002 heeft de wetgever bij de herziening van het civiele procesrecht al een aantal maatregelen doorgevoerd die partijen meer zou moeten dwingen tot het verschaffen van alle juiste en volledige informatie, maar in de praktijk hebben procespartijen veelal nog steeds een afwachtende houding.  

 

Burgerlijk recht, Verzekeringsrecht
mr. Jeroen Heuving

mr. Jeroen Heuving

advocaat LEAN Lawyers

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite