Boventallige werkneemster hoeft niet herplaatst te worden

Boventallige werkneemster hoeft niet herplaatst te worden

17januari2017
AVDR-AR018

Uitspraak: Kantonrechter Den Haag 24 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14618 

In het geval van een reorganisatie kan de werkgever aan het UWV toestemming vragen voor ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen, art. 7:669 lid 3 onderdeel a BW. Indien het UWV de toestemming weigert is het mogelijk om op grond van art. 7:671b lid 1 onderdeel b BW de kantonrechter te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

In deze zaak heeft ANWB een reorganisatie op de afdeling Media doorgevoerd. Hierdoor wordt een gehele functiegroep opgeheven, wat leidt tot het verval van de functie van werkneemster. ANWB acht werkneemster als zodanig ‘geschikt te maken’ voor een functie in een geheel nieuwe functiegroep van in totaal 10,5 fte. De functies worden echter voor 10,24 fte al ingevuld door werknemers die ‘geschikt’ worden geacht. 

 

In het kader van de reorganisatie heeft ANWB toestemming voor ontslag van werkneemster gevraagd aan het UWV, maar deze is door het UWV geweigerd. ANWB verzoekt daarom de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Werkneemster voert verweer en stelt ten eerste dat ANWB niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar arbeidsplaats moet komen te vervallen als gevolg van bedrijfseconomische omstandigheden. Ten tweede stelt zij dat haar functie en de nieuwe functie uitwisselbaar zijn en zij daarom herplaatst had moeten worden in de nieuwe functie. Daarnaast zou werkneemster herplaatst moeten worden in de nieuwe functie, ook al zou de formatieruimte dan overschreden worden.

De kantonrechter oordeelt dat uit de door ANWB overlegde cijfers van de afdeling Media blijkt dat een reorganisatie noodzakelijk is. Ook heeft ANWB zich voldoende ingespannen om de tegenvallende resultaten om te buigen door eerst op andere vlakken te besparen. Die maatregelen hebben echter onvoldoende effect gehad. De ondernemer moet volgens de kantonrechter voldoende ruimte hebben om haar onderneming zo in te richten dat het voortbestaan daarvan ook op langere termijn verzekerd is. Daarbij past een terughoudende opstelling van de kantonrechter. De kantonrechter is van oordeel dat ANWB voldoende heeft onderbouwd waarom zij belang heeft bij de reorganisatie.

Ten aanzien van de uitwisselbaarheid van de functies oordeelt de kantonrechter dat de vervallen functie van werkneemster niet uitwisselbaar is met de nieuwe functie. De wet en de Ontslagregeling bedoelen met ‘uitwisselbare functies’ uitsluitend functies die al bestonden vóór de reorganisatie.

ANWB had werkneemster volgens de kantonrechter niet hoeven herplaatsen in de nieuwe functie. Van ANWB kan niet gevergd worden om de formatieruimte van 10,5 fte te overschrijden. Niet aannemelijk is geworden dat binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 10 van de Ontslagregeling (die gelijk is aan de opzegtermijn) alsnog een grotere vacature zal ontstaan voor deze functie. ANWB is dus niet gehouden om werkneemster alsnog in deze functie te plaatsen. Bovendien heeft ANWB regelmatig andere vacatures aan werkneemster toegezonden. Werkneemster heeft daar echter niet op gereageerd. Dat is niet aan ANWB te verwijten. ANWB heeft in alle redelijkheid andere werknemers in deze functies kunnen plaatsen.

De kantonrechter wijst het verzoek van ANWB derhalve toe en ontbindt de arbeidsovereenkomst met werkneemster. Werkneemster heeft alleen recht op de transitievergoeding. Zij heeft geen recht op de in het Sociaal Plan opgenomen vergoeding, omdat daarin was opgenomen dat zij daar alleen recht op zou hebben indien er een vaststellingsovereenkomst zou worden gesloten.

Uit deze uitspraak volgt dat een werkgever bij de herplaatsingsverplichting in het kader van een reorganisatie niet zover hoeft te gaan dat het aantal beschikbare fte’s wordt overschreden. In het kader van het afspiegelingsbeginsel is het interessant om in het oog te houden dat het begrip ‘uitwisselbare functies’ slechts ziet op functies die voor de reorganisatie al bestonden.  Ook wordt bevestigd dat een bepaling in het Sociaal Plan waaruit een hogere vergoeding voortvloeit voor de werknemer die akkoord gaat met een vaststellingsovereenkomst ook stand houdt.

Arbeidsrecht
mr. Eugenie Nunes

mr. Eugenie Nunes

advocaat BOEKEL

Marije Ozinga

Marije Ozinga

medewerker legal support BOEKEL

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite