Het bewust slapend houden van de arbeidsovereenkomst: wanprestatie of anderszins ongeoorloofd?

Het bewust slapend houden van de arbeidsovereenkomst: wanprestatie of anderszins ongeoorloofd?

23november2016
AVDR-AR014

Uitspraak Gerechtshof Den Haag d.d. 14 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3036

Inleiding

Het heeft de gemoederen het afgelopen jaar behoorlijk beziggehouden: werkgevers die de arbeidsovereenkomst van een werknemer die twee jaar arbeidsovereenkomst is bewust slapend houden, om zo aan het betalen van de transitievergoeding te ontkomen.

De lagere rechtspraak heeft zich herhaaldelijk over deze kwestie uitgelaten en daarbij steevast geoordeeld dat een dergelijke handelwijze van werkgevers "weliswaar onfatsoenlijk is, maar niet kan worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar handelen". Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 27 juli 2016 deze lijn bevestigd. Het Hof Den Haag heeft zich recent in een soortgelijke zaak hierover ook uitgelaten.

Uitspraak Gerechtshof Den Haag

In de onderhavige zaak ging om een werknemer die als consulent verstandelijk gehandicapten werkzaam was voor een stichting. De werknemer is op 14 oktober 2013 arbeidsongeschikt geraakt. Met ingang van 12 oktober 2015 heeft het UWV de werknemer een WGA-uitkering toegekend op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Naar aanleiding van vragen van de werknemer over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, heeft de werkgever de werknemer medegedeeld dat het dienstverband niet zal worden beëindigd, mede vanwege het feit dat de werknemer op 12 december 2017 de pensioengerechtigde leeftijd zal bereiken.

De werknemer heeft zich vervolgens tot de kantonrechter gewend met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van de transitievergoeding. De kantonrechter heeft het verzoek van de werknemer afgewezen. Werknemer is het hier niet mee eens en gaat in hoger beroep.

Het Hof oordeelt dat er geen wettelijke verplichting voor een werkgever is om een arbeidsovereenkomst waaraan door de werknemer wegens aanhoudende arbeidsongeschiktheid geen invulling meer kan worden gegeven, te doen eindigen. De keuze voor het laten voortduren van de arbeidsovereenkomst is overigens niet zonder verplichting, aldus het Hof. Immers, als de werknemer onverwachts nog herstelt, is de werkgever verplicht tot re-integratie-inspanningen. Het Hof oordeelt verder dat het zo moge zijn dat de Minister van Sociale Zaken Werkgelegenheid een dergelijk handelen niet vindt getuigen van fatsoenlijk werkgeverschap, maar het is daarmee nog niet ongeoorloofd, van wanprestatie op grond van art. 7:611 BW is en/of misbruik van bevoegdheid is evenmin sprake.

Het Hof bekrachtigt dan ook het oordeel van de kantonrechter. De arbeidsovereenkomst wordt door het Hof ontbonden per 1 november 2016 (dus zonder transitievergoeding), waarbij de werknemer de mogelijkheid wordt geboden om het verzoek in te trekken.

Conclusie

De uitspraak van het Hof Den Haag is in lijn met de eerdere rechtspraak over dit onderwerp. Minister Asscher heeft op in een interview met nu.nl op 9 maart 2016 opgemerkt dat hij bereid zou om de transitievergoeding na twee jaar arbeidsongeschiktheid (gedeeltelijk) te schrappen. In zijn brief aan de Tweede Kamer van 21 april 2016 heeft de Minister opgemerkt dat het kabinet voornemens zou zijn om een regeling op te stellen waarbij werkgevers worden gecompenseerd voor de kosten van een bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid verschuldigde transitievergoeding. Deze compensatie kan dan plaatsvinden vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) waar uiteraard een verhoging van de (uniforme) premie tegenover zal staan, aldus de Minister. Het is dus thans wachten op het wetsvoorstel van de Minister, om te kunnen beoordelen of deze maatregel voor deze kwestie echt zoden aan de dijk zal zetten.

Arbeidsrecht
mr. Frank Verlaan

mr. Frank Verlaan

advocaat CMS Derks Star Busmann N.V.

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite