Lachen naar het vogeltje – wanneer mag de werkgever de werknemer observeren?

Lachen naar het vogeltje – wanneer mag de werkgever de werknemer observeren?

14december2016
AVDR-AR017

Uitspraken:

Rechtbank Oost-Brabant 20 september 2016 (ECLI:NL:RBOBR:2016:5172)

Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:7608)

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 november 2016 (ECLI:NL:GHSHE:2016:5163)

De werkgever verwerkt persoonsgegevens van de werknemer. De grenzen waarbinnen de werkgever de persoonsgegevens mag verwerken worden bepaald door de Wet Bescherming Persoonsgegevens en aanverwante wetgeving, bijvoorbeeld als het gaat om salarisverwerking of personeelsdossiers. Ook op een ander vlak komt de verwerking van persoonsgegevens terug binnen het arbeidsrecht, bijvoorbeeld als het gaat om cameratoezicht van plaatsen waar werknemers werkzaam zijn. Voor de werkgever is het van belang om gevoel te hebben welke uitgangspunten daarbij gelden. Drie recente uitspraken geven daar een voorbeeld van.

Als een werkgever gebruik wil maken van cameratoezicht zal hij daarvoor de instemming van de ondernemingsraad (OR) moeten hebben. Cameratoezicht kan voor meerdere doeleinden worden gebruikt. Artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden geeft een gelimiteerd aantal omstandigheden waarvoor instemming van de OR is vereist. Hieronder vallen ook regelingen (i) op het gebied van de personeelsbeoordeling, (ii) op het gebied van het verwerken van persoonsgegevens en de bescherming daarvan en (iii) die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op gedrag of prestaties van werknemers.

In een kwestie die speelde bij de rechtbank Oost-Brabant wilde de werkgever gebruik gaan maken van cameratoezicht in een bedrijfshal waar vele losse elektronica onderdelen werden opgeslagen en gedistribueerd. De OR stemde niet in met het voorgenomen besluit, omdat hij van mening was dat het cameratoezicht een inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van de werknemers. De werkgever verzocht de kantonrechter vervangende instemming te verlenen. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever een gerechtvaardigd belang had bij het instellen van cameratoezicht. Daarnaast was er geen alternatieve wijze van toezicht waarmee hetzelfde resultaat kon worden bereikt. Tot slot oordeelde de kantonrechter dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de werknemers beperkt was, omdat de camerabeelden slechts gedurende een korte periode werden bewaard en daarna werden verwijderd. De kantonrechter verleende vervangende instemming voor het instellen van cameratoezicht.

In het geval dat werd behandeld door de rechtbank Amsterdam ging het om een ontslag op staande voet van een werkneemster die kasgelden had ontvreemd. Een en ander was duidelijk terug te zien op beelden van de beveiligingscamera's. De werkneemster verweerde zich door te stellen dat de beelden onrechtmatig waren verkregen, omdat het cameratoezicht niet was aangemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De werkgever zal het even warm hebben gekregen van dat verweer, maar de kantonrechter oordeelde dat in civiele zaken ook acht mag worden geslagen op onrechtmatig verkregen bewijs. Veel belangrijker was voor de kantonrechter dat de werkneemster in kwestie op de hoogte was van de camerabewaking én dat er bij de werkgever een ernstig vermoeden bestond dat er sprake was van onregelmatigheden. Het ontslag op staande voet hield stand.

De zaak waarin het gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde, lag iets genuanceerder. Het betrof hier een aanbieder van openbaar vervoer – een busmaatschappij. In de bussen werd al gebruik gemaakt van cameratoezicht, maar daarbij was nadrukkelijk bepaald dat het cameratoezicht was ingegeven vanuit de veiligheid van de passagiers en de chauffeur. Het rijgedrag van de chauffeur werd daarmee niet beoordeeld. Desondanks had de busmaatschappij in een individuele ontslagzaak eerder wel gebruik gemaakt van camerabeelden. Wat dat betreft was het begrijpelijk dat de OR op zijn achterste benen stond toen de werkgever – naast het cameratoezicht – gebruik ging maken van zogenaamde "mystery guests" die het rijgedrag en de servicegerichtheid van de chauffeur dienden te beoordelen. Hier ging het volgens het gerechtshof – ondanks de beperkte inzet van de "mystery guests" – ook om een instemmingsplichtig besluit. Niet zozeer omdat het de verwerking van persoonsgegevens betrof, maar omdat het ging om een regeling die erop was gericht om het gedrag en de prestaties van de chauffeur te beoordelen.

Deze drie uitspraken laten duidelijk zien dat de directe of indirecte controle en toezicht op de werknemer – op wat voor wijze dan ook – een onderwerp is dat in de belangstelling staat. Voor de werkgever is het van groot belang om de grondslag van en een afweging van belangen bij de desbetreffende controle te kunnen motiveren. Daarbij speelt ook proportionaliteit een belangrijke rol. Voor de werknemer rest er maar een optie: lachen naar het vogeltje, anders komt hij er nog slecht op te staan.

 

Arbeidsrecht
mr. Tjeerd Hoekstra

mr. Tjeerd Hoekstra

advocaat CMS Derks Star Busmann N.V.

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite