Ontbinding bij drugsverslaving en het opzegverbod

Ontbinding bij drugsverslaving en het opzegverbod

01november2016
AVDR-AR010

Uitspraak: Rechtbank Midden-Nederland, 20 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5054

Op 20 september 2016 oordeelde de rechtbank Midden-Nederland dat het opzegverbod tijdens ziekte bij drugsverslaving ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staat. Het betrof in dit geval een cocaïne- en crackverslaafde werknemer, die nog geen twee jaren ziek was en drie afkickpogingen had ondernomen.

 

De werknemer meldde zich op 11 juni 2015 ziek en werd vlak daarna opgenomen in een behandelcentrum. Op 13 oktober 2015 hervatte hij de bedongen arbeid weer volledig en per 4 november 2015 werd hij hersteld verklaard. Twee dagen daarna had de werknemer echter een terugval in het drugsgebruik. In de daaropvolgende maanden werd hij tweemaal tevergeefs opgenomen in een afkick- en behandelcentrum. Tussen de opnamen in de behandelcentra door, liet de werknemer een aantal maal verstek gaan bij zijn re-integratieactiviteiten, kwam hij niet opdagen bij een afspraak bij de bedrijfsarts en verscheen hij een aantal dagen niet op zijn werk terwijl hij ook niet bereikbaar was voor zijn werkgever. Op 18 augustus 2016 concludeerde de bedrijfsarts dat terugkeer bij de werkgever om medische redenen niet mogelijk is en er wordt een tweede spoor traject geadviseerd. Werkgever diende daarop een ontbindingsverzoek in, gestoeld op de e-, g- althans h-grond.

De kantonrechter overweegt, met verwijzing naar de STECR-richtlijn, dat drugsverslaving als ziekte moet worden gezien. Ontbinding tijdens ziekte is op grond van artikel 7:671b lid 6 BW (enkel) mogelijk wanneer:

  1. het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop die opzegverboden betrekking hebben; of
  2. er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen.

De kantonrechter concludeerde dat van beide uitzonderingen geen sprake was, nu het gedrag van de werknemer voortvloeide uit de verslaving. De kantonrechter citeerde daarbij de STECR-richtlijn en overwoog dat het afkicken van (alcohol en) drugs 'een proces van vallen en opstaan' is. Ook vermeldt de richtlijn dat het 'een illusie (is) dat men er al na één behandeling van af is.' De kantonrechter wees het verzoek af. 

Bij de Rechtbank Den Haag had de werkgever mogelijk een gaatje gehad om op een andere uitkomst te hopen. Bij beschikking van 24 maart 2015 wees de rechtbank Den Haag een ontbindingsverzoek bij een drugsverslaafde werknemer toe (ECLI:NL:RBDHA:2015:5331). Dit omdat het voorstelbaar is dat een werkgever, bij het opnieuw verslaafd raken van de werknemer, de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs niet kon laten voortduren. Bij de zaak van de rechtbank Den Haag was de werknemer al circa één jaar hersteld toen hij in verslaving terugviel, terwijl het herstel in de zaak van de rechtbank Midden-Nederland slechts twee dagen duurde voordat de werknemer een terugval had.

De uitspraak van de rechtbank Midden Nederland is dan ook in lijn met de geldende rechtspraak. Een drugs- of alcoholverslaving wordt in de regel als ziekte gezien. Wanneer geen sprake is van de in artikel 7:671b lid 6 BW genoemde uitzonderingen, staat het opzegverbod tijdens ziekte een ontbinding doorgaans in de weg.

Arbeidsrecht
mr. Guus Lemmen

mr. Guus Lemmen

advocaat CMS Derks Star Busmann N.V.

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite