Ontbindingsverzoek na weigering toestemming UWV

Ontbindingsverzoek na weigering toestemming UWV

01november2016
AVDR-AR011

Rechtbank Rotterdam 4 oktober 2016 ECLI:NL:RBROT:2016:7541

Opzegging van de arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische omstandigheden vindt in beginsel slecht plaats nadat de werkgever hiervoor toestemming heeft gekregen van het UWV. Het UWV toetst of sprake is van een redelijke grond voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in art. 7:669 lid 3 sub a BW en of herplaatsing binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, tot de mogelijkheden behoort 

 

Heeft het UWV de toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen geweigerd, dan is het voor de werkgever op grond van art. 7:671b lid 1 sub b BW mogelijk om de kantonrechter binnen twee maanden te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van bedrijfseconomische omstandigheden.

Een dergelijk geval deed zich onlangs voor in een zaak voor de kantonrechter Rotterdam. In de onderhavige beschikking wordt helder weergegeven dat de kantonrechter aan alle in de Ontslagregeling genoemde criteria toetst. Zo wordt ingegaan op de vraag of de arbeidsplaats van de werknemer in kwestie daadwerkelijk is komen te vervallen wegens bedrijfseconomische redenen, of de werkgever het afspiegelingsbeginsel op correcte wijze heeft toegepast en of herplaatsingsmogelijkheden voor handen zijn binnen de organisatie van de werkgever.

In de onderhavige zaak ging het om een allround financieel medewerkster wier functie volgens de werkgever kwam te vervallen. Het UWV was van oordeel dat de werkgever het afspiegelingsbeginsel onjuist had toegepast door de functie van (regulier) financieel administratief medewerker niet te betrekken in de afspiegeling. Het UWV heeft de gevraagde ontslagvergunning om die reden geweigerd. De werkgever heeft de werkneemster desondanks laten weten dat zij niet kon terugkeren in haar oorspronkelijke functie en heeft haar een alternatieve positie aangeboden. De werkneemster heeft deze positie geweigerd, waarop de werkgever de kantonrechter heeft verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op grond van bedrijfseconomische omstandigheden. De werkgever heeft in het ontbindingsverzoek nader onderbouwd waarom hij van mening is dat het afspiegelingbeginsel wel juist is toegepast.

De kantonrechter toetst het ontbindingsverzoek aan de Ontslagregeling. De bedrijfseconomische noodzaak tot het laten vervallen van de arbeidsplaats van de werkneemster wordt door de kantonrechter aanwezig geacht. Vervolgens onderzoekt hij of het afspiegelingsbeginsel juist is toegepast. Anders dan het UWV, oordeelt de kantonrechter dat de functies van financieel administratief medewerker en allround financieel administratief medewerker niet onderling uitwisselbaar zijn. Om die reden heeft de werkgever het afspiegelingsbeginsel juist toegepast.

Vervolgens onderzoekt de kantonrechter de herplaatsingsmogelijkheden. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de weigering van de werkneemster om een alternatieve positie te gaan vervullen niet los worden gezien van de door het UWV geweigerde ontslagvergunning. De werkneemster was immers in de veronderstelling dat zij geen genoegen hoefde te nemen met een alternatieve positie omdat zij naar het oordeel van het UWV niet voor ontslag in aanmerking kwam. De werkneemster mocht daarbij van de juistheid van de UWV beslissing uitgaan. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek vervolgens af omdat niet is komen vast te staan dat voor de werkneemster geen herplaatsingsmogelijkheden bestaan. Dat de aan de werknemer aangeboden positie inmiddels is vervuld, doet daar niet aan af.

Met de komst van de WWZ heeft de werkgever de mogelijkheid gekregen om een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter in te dienen nadat de gevraagde ontslagvergunning door het UWV is geweigerd. De kantonrechter toetst aan dezelfde criteria als het UWV. De werkgever heeft dus de kans om het verzoek na afwijzing door het UWV anders in te kleden of nader te onderbouwen. Omdat de kantonrechter niet is gebonden van het oordeel van het UWV, en dus ook niet aan hetgeen het UWV voldoende onderbouwd heeft geacht, dient door de werkgever opnieuw uitvoerig te worden toegelicht waarom aan alle

Arbeidsrecht
mr. Merièm Bouiga

mr. Merièm Bouiga

advocaat BOEKEL

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite