Ontslagbescherming OR-lid ook van toepassing bij OR die niet geheel voldoet aan eisen WOR

Ontslagbescherming OR-lid ook van toepassing bij OR die niet geheel voldoet aan eisen WOR

10november2016
AVDR-AR012

Uitspraak: Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:604 (Bouwbedrijf Regiobouw/Schoo)

Onder het oude ontslagrecht kenden de artikelen 7:670 lid 4 en 7:670a lid 1 (oud) BW ontslagbescherming toe aan een werknemer die lid is van een ondernemingsraad en aan een werknemer die is geplaatst op een kandidatenlijst voor een OR of korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een OR. Met de inwerkingtreding van de WWZ is deze bescherming geregeld in artikel 7:670 lid 4 onderdeel 1 en lid 10 onderdeel a BW.

De onderhavige zaak speelde nog onder het oude ontslagrecht. Schoo, de werknemer, is wegens een reorganisatie ontslagen door Regiobouw.

Schoo is in 2000 lid geworden van de ondernemingsraad (‘OR’) van Regiobouw. Regiobouw heeft in februari 2009 meegedeeld dat zij moest gaan reorganiseren en heeft in dat kader advies gevraagd aan de leden van de OR, die positief hebben geadviseerd. Schoo heeft als OR-voorzitter besprekingen gevoerd met het bestuur van Regiobouw. Vervolgens heeft Regiobouw een ontslagvergunning verkregen van het UWV en de arbeidsovereenkomst met Schoo opgezegd. Schoo beroept zich op (analoge) toepassing van het ontslagverbod van de artikelen 7:670 lid 4 en 7:670a lid 1 (oud) BW.

Regiobouw heeft zich op het standpunt gesteld dat Schoo zich niet op dit opzegverbod kan beroepen. Daartoe voert Regiobouw aan dat er na het verstrijken van de zittingsperiode van de OR in 2003 geen sprake meer is van een ondernemingsraad in de zin van de WOR, onder andere wegens het ontbreken van de vereiste periodieke verkiezingen.

Het hof heeft geoordeeld dat Regiobouw Schoo niet kan tegenwerpen dat van een OR in de zin van de WOR geen sprake meer was, omdat Regiobouw de OR ook na de verstreken zittingstermijnen als ondernemingsraad heeft behandeld en ingeschakeld. Bovendien heeft Regiobouw in 2009 advies gevraagd aan de OR over de betreffende reorganisatie. Hierdoor komt Schoo, naar het oordeel van het hof, ontslagbescherming toe op grond van art. 7:670a BW.

Hiertegen gaat Regiobouw in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad concludeert echter dat het oordeel van het hof juist is. De artikelen 7:670 lid 4 en 7:670a lid 1 (oud) BW kunnen volgens de Hoge Raad ook van toepassing zijn indien de OR niet in alle opzichten voldoet aan de vereisten van de WOR, zoals bij het achterwege blijven van de periodieke verkiezingen. De ratio van de ontslagbescherming van art. 7:670 lid 4 en 7:670a lid 1 (oud) BW ligt namelijk in de bescherming van werknemers tegen benadeling als gevolg van hun activiteiten voor de medezeggenschap en in het waarborgen van hun onafhankelijke positie die voor de uitoefening van die taken nodig is.

Uit deze uitspraak volgt dat de ontslagbescherming van werknemers die lid zijn (geweest) van een medezeggenschapsorgaan zwaar weegt. De opzegverboden kunnen ook analoog van toepassing zijn, indien de OR niet aan alle vereisten van de WOR voldoet. De redelijkheid en billijkheid kan er in zulke omstandigheden aan in de weg staan om de opzegverboden buiten toepassing te laten. Dit zal met name het geval kunnen zijn wanneer de ondernemer de OR is blijven behandelen als OR, ook al is aan bepaalde vereisten voor de WOR niet voldaan.

Arbeidsrecht
Marije Ozinga

Marije Ozinga

medewerker legal support BOEKEL

Reageer op dit artikel

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht.

website by Primosite