Nieuw 23 april 2026 7 minuten

De belangenafweging bij een over en weer uitstootverzoek

In deze video wordt een interessant aspect van de Wagevoe besproken, namelijk de belangenafweging die de Ondernemingskamer moet maken indien twee aandeelhouders over en weer een uitstootverzoek tegen elkaar indienen.

Inhoud

In deze video wordt een interessant aspect van de Wagevoe besproken, namelijk de belangenafweging die de Ondernemingskamer moet maken indien twee aandeelhouders over en weer een uitstootverzoek tegen elkaar indienen. Wie moet de Ondernemingskamer dan kiezen om de vennootschap voort te laten zetten? Dat is natuurlijk afhankelijk van de omstandigheden van het geval, maar deze beschikking laat aardig zijn waar de Ondernemingskamer op let.

Eerst even een refresh. Toewijzing van een verzoek tot uitstoting van een aandeelhouder vereist volgens artikel 336a dat die aandeelhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt of heeft geschaad, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.

Voor invoering van de Wagevoe was nog vereist dat die boevenaandeelhouder zijn gedragingen in de hoedanigheid van aandeelhouder had moeten verrichten, maar die specifieke eis is vervallen. Het gaat er nu dus alleen om of die aandeelhouder het belang van de vennootschap zodanig heeft geschaad, dat zijn aandeelhouderschap niet langer geduld hoeft te worden.

In die woorden ‘in redelijkheid’ ligt een belangenafweging verborgen, namelijk tussen enerzijds het belang van de vennootschap bij het eindigen van het aandeelhouderschap van de aandeelhouder, en anderzijds van het belang van de aandeelhouder, om aandeelhouder te blijven. Maar nog leuker wordt het, wanneer twee aandeelhouders over en weer de uitstoting van de ander verzoeken.

Dat brengt mij bij de casus van vandaag. We hebben de vennootschappen Biesheuvel en Vleghert, die beiden 50% aandeelhouder én bestuurder zijn van de vennootschap. Er gaat van alles mis. Een verzekeraar schortte het betalen van uitkeringen op, omdat haar informatieverzoeken niet meer beantwoord werden. Er ontstonden betalingsachterstanden bij de fiscus en leveranciers, zodanig dat een belangrijke leverancier alle bestellingen ‘on hold’ zette vanwege het uitblijven van betalingen. En de relatie met klanten van de vennootschap kwam onder druk. Het was, kortom, een puinzooi.

Biesheuvel was het zat, en schakelde namens de vennootschap een advocaat in om Vleghert aansprakelijk te stellen op grond van artikel 2:9 BW. Die advocaat stuurde een brief, waarin stond dat er een interne taakverdeling tussen de bestuurders bestond, die inhield dat Vleghert verantwoordelijk was voor de gehele ‘financiële en administratieve’ aanvoering. 

Vleghert ontkende dat van een interne taakverdeling sprake was, maar zocht wel een oplossing. Zij stelde mediation voor, en een aandeelhoudersovereenkomst om juist duidelijke afspraken over de onderlinge taakverdeling te kunnen maken. Beide voorstellen werden door Biesheuvel geweigerd. 

Toen maakte Vleghert een fout bij een belangrijke klant, Tata Steel. Medewerkers van de vennootschap kunnen alleen met een persoonlijke pas het terrein van Tata Steel op. De man achter de vennootschap Vleghert heeft zijn pas laten verlopen en zich tweemaal toegang verschaft op het terrein van Tata Steel met de pas van een oud-werknemer van de vennootschap. Dit leidde tot grote woede bij Tata Steel, die ook heeft gedreigd de samenwerking met de vennootschap stop te zetten.

De samenwerking tussen beide partijen was niet meer te redden, en zij dienen over en weer een uitstotingsverzoek tegen elkaar in. Biesheuvel verwijt Veghert dat zij een puinhoop heeft gemaakt van de financiën van de vennootschap en de relatie met Tata Steel op het spel heeft gezet.

Veghert verwijt Biesheuvel dat zij doelbewust een onwerkbare situatie tussen hen heeft gecreëerd met als doel om alle aandelen in handen te krijgen. In plaats van in te gaan op het voorstel tot mediation, schakelde zij een advocaat in.

De Ondernemingskamer komt tot de conclusie dat beide aandeelhouders door hun gedragingen het belang van de vennootschap hebben geschaad, maar dat alleen voor Biesheuvel geldt dat haar gedragingen het belang van de Vennootschap zodanig hebben geschaad dat het voortduren van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld. 

Waarom? Nou allereerst omdat artikel 2:9 uitgaat van collegialiteit van bestuur en dat noch uit de statuten, noch uit een ander document blijkt dat er onderling een taakverdeling is afgesproken. Biesheuvel was dus net zo verantwoordelijk voor de financiën als Veghert. Biesheuvel had immers ook gewoon toegang tot de bankrekening van de vennootschap.

De Ondernemingskamer neemt het Biesheuvel vervolgens wel kwalijk dat zij een voorstel tot mediation afwees, om vervolgens wel een advocaat in te schakelen om Veghert aansprakelijk te stellen. Deze aansprakelijkstelling lijkt zonder goede grond verzonden en heeft tot aanzienlijke advocaatkosten voor de Vennootschap geleid, terwijl was te voorzien dat de verhoudingen tussen Biesheuvel en Vleghert daardoor aanmerkelijk zouden verslechteren, wat niet in het belang van de Vennootschap was. Door ook het voorstel om een aandeelhoudersovereenkomst te sluiten af te wijzen, is Biesheuvel in overwegende mate verantwoordelijk voor het creëren van een klimaat waarin samenwerking onmogelijk werd. 

En het onjuiste pasgebruik bij Tata Steel? Onfortuinlijk, maar dit doet de balans niet doorslaan ten voordele van Biesheuvel.

En zo wordt Veghels verzoek tot uitstoting van Biesheuvel toegewezen, en Biesheuvel’s verzoek afgewezen. Het is een belangenafweging, waarnij de belangen van de vennootschap zwaar wegen.

Zaaknummer 200.362.640/01

Rechtsgebied(en)

Project(en)

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken