De Hoge Raad preciseert zijn rechtspraak over shockschade

In het Hoogeveen-arrest preciseert de Hoge Raad de norm voor de beoordeling van shockschadevorderingen. In aanvulling op het Taxibus-arrest uit 2002, oordeelt de Hoge Raad dat aan de hand van een drietal gezichtspunten bepaald kan worden of iemand die een ander door zijn onrechtmatige daad doodt of verwondt, ook onrechtmatig handelt ten opzichte van degene bij wie de confrontatie met die daad of de gevolgen daarvan een hevige emotionele schok teweeg brengt. Verder geeft de Hoge Raad een andere uitleg aan het vereiste van geestelijk letsel dan in het Taxibus-arrest. Het letsel dient naar objectieve maatstaven vastgesteld te worden. Het is niet vereist dat steeds sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Tenslotte overweegt de Hoge Raad dat een vergoeding van shockschade en affectieschade naast elkaar kunnen bestaan. Er is dan sprake van samenloop van de aanspraken. In dat geval kan de rechter bij het bepalen van de omvang de smartengeldcomponent van de shockschade rekening houden met de aanspraak op affectieschade.



Jurisprudentie

Hoge Raad 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958