mr. Thomas van der Sanden
advocaat Van der Feltz advocaten N.V.
In deze video wordt een recente beschikking van de Hoge Raad besproken die draait om de toepassing van de tweeconclusieregel en de termijn voor het indienen van stukken op grond van artikel 87 lid 6 Rv in een procedure over vervangende toestemming op de voet van artikel 1:253a BW om met een minderjarige te verhuizen.
In deze video wordt een recente beschikking van de Hoge Raad besproken die draait om de toepassing van de tweeconclusieregel en de termijn voor het indienen van stukken op grond van artikel 87 lid 6 Rv in een procedure over vervangende toestemming op de voet van artikel 1:253a BW om met een minderjarige te verhuizen.
In deze procedure heeft de vader, die samen met de moeder gezamenlijk gezag over de twee minderjarige kinderen uitoefent, vervangende toestemming verzocht voor verhuizing met de kinderen. Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253a BW. De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe, waarna de moeder hoger beroep heeft ingesteld. In hoger beroep heeft het hof het verzoek alsnog afgewezen en de vader, die inmiddels was verhuisd, bevolen met de kinderen terug te verhuizen. Het hof heeft met toepassing van de tweeconclusieregel geen acht geslagen op de verzoeken en standpunten in twee e-mailberichten die de vader vóór de mondelinge behandeling aan het hof heeft gestuurd. Verder heeft het hof geen acht geslagen op de door de vader daags vóór de mondelinge behandeling in het geding gebrachte producties, op de grond dat deze te laat zijn ingediend, namelijk ná het verstrijken van de tiendagentermijn voorafgaand aan de mondelinge behandeling.
In het door de vader ingestelde cassatieberoep wordt tegen beide oordelen van het hof opgekomen.
Eerder oordeelde de Hoge Raad dat grieven en veranderingen of vermeerderingen van het verzoek in hoger beroep in beginsel bij verzoek- of verweerschrift dienen te worden aangevoerd respectievelijk plaats te vinden. Dit lijdt echter onder meer uitzondering volgens de Hoge Raad indien de aard van het geschil meebrengt dat in een later stadium nog een grief kan worden aangevoerd of zodanige verandering of vermeerdering van verzoek kan plaatsvinden.
Het gaat hier om een beslissing van de rechter op een verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor een verhuizing met minderjarigen en voor een beslissing op een verzoek om een ouder die zonder toestemming met minderjarigen is verhuisd, te bevelen om terug te verhuizen. Voor die beslissingen geldt dat deze zoveel mogelijk moeten zijn gebaseerd op de omstandigheden ten tijde van de uitspraak van de rechter. Bovendien neemt de rechter een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt (art. 1:253a lid 1 tweede volzin BW). Daarom mag de rechter volgens de Hoge Raad ook bij de beslissing op een verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor een verhuizing met minderjarigen of bij de beslissing op een verzoek tot het geven van een bevel om terug te verhuizen, rekening houden met een grief of wijziging van het verzoek die na het verzoek- of verweerschrift wordt aangevoerd respectievelijk plaatsvindt.
In lijn met de hiervoor genoemde rechtspraak oordeelt de Hoge Raad dat de aard van het geschil in dit geval een uitzondering rechtvaardigt op de tweeconclusieregel. Het hof had dus, aldus de Hoge Raad, niet op grond van die regel de verzoeken en standpunten van de vader in twee e-mailberichten die de vader vóór de mondelinge behandeling aan het hof heeft gestuurd, buiten beschouwing mogen laten.
De Hoge Raad komt tot een vergelijkbaar oordeel ten aanzien van de door de vader kort vóór de mondelinge behandeling in het geding gebrachte producties. De Hoge Raad wijst erop dat het hof, alvorens deze stukken vanwege de te late indiening buiten beschouwing te laten, had moeten beoordelen of de goede procesorde zich daartegen verzet. En ook bij díe beoordeling moet de rechter er rekening mee houden dat het gaat om een procedure op de voet van artikel 1:253a BW over verhuizing met een minderjarige. Dit zal volgens de Hoge Raad in de regel meebrengen dat de rechter ook op te laat ingediende producties acht slaat, indien ze van belang zijn voor de beoordeling van de omstandigheden ten tijde van de uitspraak.
De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Hof ‘s-Hertogenbosch. Het ligt in de rede dat in de verwijzingsprocedure de verzoeken en standpunten alsmede de producties van de vader wel bij de beoordeling worden betrokken.
Nog geen account? Maak een account aan
Schrijf je nu in voor Legalflix en krijg direct toegang tot video’s en on-demand webinars.
Tevens krijgt u toegang tot alle live webinars, waar- onder de succesvolle serie De Hoge Raad besproken, diverse Journaals en de actualiteiten webinars van legalflix.
Heeft u al een account? Log hier in