7 april 2026 4 minuten

Het beroepschrift per gewone email

Een advocaat dient op tijd een beroepsschrift in.

Inhoud

Een advocaat dient op tijd een beroepsschrift in. Maar hij doet dat op een ongeldige manier, per gewone mail. Is het hoger beroep nu ‘weg’?
Op 27 maart wees de HR hierover een arrest.

1. De feiten

De man gaat in juni 2024 in hoger beroep in een echtscheidingszaak.
Binnen de appeltermijn dient zijn advocaat per gewone onbeveiligde e-mail zijn beroepsschrift in. Het hof ontvangt de papieren versie enkele dagen ná afloop van de appeltermijn

2. Het toepasselijke Procesreglement schrijft Veilig Mailen voor

Het ‘Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven’ geldt. Daarin staan vier manieren waarop een processtuk mag worden ingediend: per post, afgifte aan de Centrale Balie of indiening ter zitting. Ook mag een processtuk worden ingediend via Veilig Mailen (Zivver), mits het processtuk wordt nagestuurd. Bij Veilig Mailen worden alle data versleuteld en dus extra beveiligd verstuurd. Andere manieren om een processtuk in te dienen zijn niet toegestaan. Indiening per gewone email is dus niet geldig.

3. Het oordeel van het hof

Het beroepschrift van de man is per gewone mail ingediend. Dat is niet geldig. Hij stuurde het processtuk ook per post toe. Maar dat stuk werd pas ontvangen drie dagen ná het verstrijken van de appeltermijn.

Is het hoger beroep van de man nu niet-ontvankelijk?

Volgens het hof was er vóór 1 juli 2024 geen consistente praktijk. Soms werden stukken die waren ingediend per gewone mail wél geaccepteerd. Ook al kon dat niet volgens de geldende regeling. In dit geval vindt het hof niet-ontvankelijkheid een té zware sanctie. Kortom: de man is ontvankelijk.

4. De vrouw gaat in cassatie

Daar is de vrouw het niet mee eens. Zij stelt in cassatie dat het hof hier geen discretionaire bevoegdheid heeft. Beroepstermijnen zijn van openbare orde én moeten strikt worden nageleefd. Er was geen sprake van een apparaatsfout.

5. Wat beslist de Hoge Raad?

De Hoge Raad stelt dat de indiening per gewone mail gebrekkig was. Uitgangspunt is dan dat de partij dit gebrek mag herstellen door het processtuk alsnog via Veilig Mailen in te dienen. Maakt de partij daarvan geen gebruik, dán kan de rechter overgaan tot niet-ontvankelijkheid.

In dit geval was herstel per Zivver-mail niet meer zinvol. Volgens de HR kan de rechter het eisen van herstel dan achterwege laten. De rechter kan de partij dan zonder herstel ontvankelijk verklaren. Dit strookt ook met de herstelmogelijkheid bij elektronisch procederen in art. 33 lid 6 Rv. 

6. Art. 33 lid 6 Rv.

Sinds 1 juli 2025 kent art. 33 een nieuw ‘lid 6’. Lid 6 introduceert een algemene herstel- en sanctiemogelijkheid bij elektronisch procederen. De rechter moet de partij die verplicht digitaal procedeert, een herstelmogelijkheid bieden bij een verzuim. Maakt de indienende partij daarvan geen gebruik, dan kan de rechter deze partij niet-ontvankelijk verklaren. 

Rechtsgebied(en)

Project(en)

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken