mr. Stijn Haanschoten
advocaat Yur advocaten
Hof Amsterdam 26 mei 2026, zaaknummer 200.364.969/01 Bij de Ondernemingskamer ging het tot voor kort altijd over onmiddellijke voorzieningen.
Hof Amsterdam 26 mei 2026, zaaknummer 200.364.969/01
Bij de Ondernemingskamer ging het tot voor kort altijd over onmiddellijke voorzieningen. Dat zijn de tijdelijke maatregelen die de Ondernemingskamer kan treffen in een enquêteprocedure. Maar bij een geschillenregeling kan de Ondernemingskamer geen onmiddellijke voorziening treffen, maar alleen een voorlopige voorziening. Net zoals de gewone rechter dat kan, of de kortgeding rechter.
Maar wat is nu het verschil? En doet een partij, die eigenlijk alleen een verzoek tot uittreding of uitstoting wil doen maar ook enquête specifieke voorzieningen wil treffen, er dan verstandig aan om het verzoek te combineren met een enquêteverzoek?
In een uitspraak van 26 mei 2026, gaat de Ondernemingskamer op deze materie in.
De OK stelt vast dat de beoordelingsmaatstaf voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen en de beoordelingsmaatstaf voor het treffen van voorlopige voorzieningen, elkaar niet veel ontloopt.
Voor de beoordelingsmaatstaf voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen verwijst de Ondernemingskamer naar het Novero arrest uit 2014. Daarin overwoog de Hoge Raad dat indien de OK van oordeel is dat in verband met de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek een voorziening vereist is, de OK de vrijheid heeft iedere voorziening van voorlopige aard te treffen, mits met het oog op de gevolgen ervan een billijke afweging van de belangen van partijen heeft plaatsgevonden en de noodzaak van deze voorziening voldoende is gebleken.
Bij het treffen van voorlopige voorzieningen, geldt als maatstaf of het noodzakelijk is om, in afwachting van de uitkomst van de geschillenprocedure, ordemaatregelen te treffen die op die uitkomst vooruitlopen, zulks op basis van een weging van alle omstandigheden en relevante belangen, waaronder die van verzoeker, verweerder, de vennootschap en de overige belanghebbenden.
In een geschillenprocedure, zo gaat de OK verder, kunnen ordemaatregelen onder meer bestaan uit de schorsing en tijdelijke benoeming van een bestuurder of commissaris, of de tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer. Dat zijn dus typische enquête voorzieningen die gewoon in een geschillenprocedure door de Ondernemingskamer kunnen worden getroffen.
Indien is voldaan aan de eisen van uittreding of uitstoting, kan de OK een aandeelhouder zelfs bij wijze van voorlopige voorziening bevelen zijn aandelen over te dragen tegen betaling van een voorlopige prijs en al dan niet tegen het stellen van zekerheid. Daarmee loopt de OK dus op de feiten vooruit en kunnen de aandelen geleverd worden voordat de deskundige heeft bericht.
De OK kan dit wel alleen doen als zij de prijs van de aandelen binnen een voldoende omlijnde bandbreedte kan schatten, bijvoorbeeld op basis van een waardering op basis van kenbare, toetsbare en navolgbare grondslagen, aannames en informatie, uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige die bij zijn waardering acht heeft geslagen op de Leidraad voor deskundigen in de geschillenprocedure.
Aangezien in zulke gevallen nog een na- of terugbetaling zal volgen, kan bij het treffen van de voorlopige voorziening ook het restitutierisico worden meegewogen.
Zowel bij een onmiddellijke voorziening in enquête als bij een voorlopige voorziening in de geschillenprocedure, is de OK bevoegd om andere voorzieningen te treffen dan die waarom is gevraagd, met dien verstande dat zij dit over het algemeen slechts zal mogen doen indien daartoe voldoende gronden bestaan, waarvan in de motivering melding moet worden gemaakt. De OK moet er wel op letten dat zij geen verrassingsbeslissing neemt. Daarom zal de Ondernemingskamer geen voorziening treffen die niet strookt met de strekking van het verzoek of die aan de kenbare bedoeling van verzoekers zodanig afbreuk doet dat moet worden aangenomen dat zij het verzoek, als daaraan op deze wijze uitvoering wordt gegeven, niet zouden hebben gehandhaafd.
Kortom, voor zover een verzoeker, verweerder of belanghebbende in de geschillenprocedure de Ondernemingskamer in staat wenst te stellen een andere voorziening te treffen dan die waarom is verzocht, is het dus niet nodig een specifiek daarop gericht enquêteverzoek te doen.
Nog geen account? Maak een account aan
Schrijf je nu in voor Legalflix en krijg direct toegang tot video’s en on-demand webinars.
Tevens krijgt u toegang tot alle live webinars, waar- onder de succesvolle serie De Hoge Raad besproken, diverse Journaals en de actualiteiten webinars van legalflix.
Heeft u al een account? Log hier in