Nieuw 9 juni 2026 3 minuten

Hoor en wederhoor bij wijziging verzoek na zitting

Een partij wijzigt haar verzoek om getuigen te horen ná de zitting bij het hof.

Inhoud

Een partij wijzigt haar verzoek om getuigen te horen ná de zitting bij het hof. Het hof wijst dat verzoek toe, zonder de andere partij nog inhoudelijk te horen. Mag dat? De Hoge Raad geeft een duidelijk antwoord. We gaan beginnen.

De feiten
Een werknemer werkte voor Tradin. In zijn arbeidscontract stond een concurrentiebeding.

Tradin vermoedt dat dit beding is geschonden en wil dat onderzoeken. Tradin vraagt daarom een voorlopig getuigenverhoor aan. Zij wil tien klanten laten horen. De kantonrechter wijst dat verzoek af.

Hoger beroep
Tradin gaat in hoger beroep.

Tijdens de zitting wordt besproken welke getuigen praktisch gehoord kunnen worden. Ook wordt een schikking verkend.

Na de zitting verwijst het hof de zaak naar de rol voor het plannen van de uitspraak. Partijen mogen daarvóór nog laten weten of zij de zaak samen hebben kunnen oplossen.

Wijziging van het verzoek
Dat lukt niet en dat laten partijen aan het hof weten.

Daarná neemt Tradin nog een Akte. Daarin verandert zij haar verzoek: zij trekt haar verzoek voor 9 klanten in. Maar zij verzoekt ook drie nieuwe personen te horen.

De oud-werknemer maakt in een Antwoordakte bezwaar tegen de late wijziging. Ook vraagt hij – voor het geval de wijziging tóch wordt toegestaan – nog inhoudelijk op het nieuwe verzoek te mogen reageren.

Het oordeel van het hof
Het hof laat de wijziging toe én wijst ook het verzoek toe.

Het hof laat de oud-werknemer niet meer inhoudelijk reageren op het nieuwe verzoek.  Dat zit hem dwars en hij stelt cassatie in.

Wat beslist de Hoge Raad?
Volgens de HR is de klacht terecht.

Het nieuwe verzoek van Tradin was dat drie ándere getuigen zouden worden gehoord. Als de rechter die wijziging in het verzoek toelaat ná de zitting, moet de andere partij nog wel de kans krijgen om zich daarover inhoudelijk uit te laten. Dat eist het beginsel van hoor en wederhoor, dat in art. 19 lid 1 Rv staat.

De andere partij heeft dat recht óók als hij in zijn Antwoordakte alleen bezwaar maakte tegen de wijziging zelf. Daardoor verliest hij nl. niet zijn recht om inhoudelijk op het nieuwe verzoek te reageren, áls het hof die wijziging toestaat.

Rechtsgebied(en)

Project(en)

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken