mr. Marieke van der Keur
advocaat BLD Ekelmans
Op 13 maart wees de HR een arrest over het recht op inzage in documenten, nadat eerder bewijsbeslag is gelegd.
Op 13 maart wees de HR een arrest over het recht op inzage in documenten, nadat eerder bewijsbeslag is gelegd. Wat is de relatie daartussen?
1. Wat zijn de feiten?
Sinds 2000 heeft Aprisco een vastgoedproject in Zuid-Amerika. De heer V. voert vanaf 2001 het beheer. Hij ontvangt daarvoor een vergoeding.
Na ongeveer 20 jaar zijn er aanwijzingen dat V. zichzelf met grote bedragen heeft verrijkt. Aprisco vraagt V. naar Nederland te komen om rekening en verantwoording af te leggen. Het gesprek is onbevredigend.
Aprisco legt meteen na het gesprek bewijsbeslag op de documenten in de tas van V. Ook legt zij beslag op duizenden digitale bestanden in de Cloud.
Voor het gesprek kreeg Aprisco al toestemming van de rechter om bewijsbeslag te leggen. Het verzoek tot beslag was gebaseerd op het vermoeden van fraude.
Dat duizenden documenten nu onder een bewijsbeslag vallen, betekent niet dat Aprisco daarin mag gaan speuren. Daarvoor is aparte toestemming van de rechter nodig.
2. Rb.
Daarom doet Aprisco nadat bewijsbeslag is gelegd, verzoek tot inzage. Dat heet ook ook wel exhibitie. Dat exhibitieverzoek wordt deels toegewezen door de Rb.: Aprisco krijgt inzage in alle correspondentie uit de periode 2001-2022 over het vastgoedproject.
3. Het hof
Het hof vernietigt het vonnis en kent beperkt inzage toe: alleen in stukken vanaf 2010. Volgens het hof heeft Aprisco alleen daarbij een bewijsbelang. Er zijn volgens het hof alleen maar aanwijzingen dat V. zichzelf vanaf 2010 heeft verrijkt.
Aprisco had haar inzageverzoek niet alleen gebaseerd op haar belang om fraude te bewijzen. Zij had nog twee ándere belangen aangevoerd: zij verlangde rekening en verantwoording van V. En ook claimde zij inzage in eigen administratie; dat is een eigendomsbelang.
Het hof oordeelt dat die nieuwe gronden niet tot inzage kunnen leiden. De toestemming voor het eerdere bewijsbeslag was alleen gegeven met als doel fraude te bewijzen. Het hof eist dat het inzageverzoek in het verlengde daarvan ligt.
4. Aprisco gaat in cassatie
Volgens Aprisco stelt het hof eisen aan haar verzoek tot inzage, die de wet niet stelt.
5. Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad is het met Aprisco eens.
In deze zaak is nog het oude artikel 843a Rv van toepassing. Dat gold tot 2025.
843a bepaalt dat wie daarbij rechtmatig belang heeft, inzage kan vorderen in bepaalde bescheiden over een rechtsbetrekking waarin hij partij is. Je kunt inzage vorderen bij de persoon die deze documenten heeft.
843a eist niet dat de rechtsbetrekking waarop een verzoek tot inzage wordt gebaseerd in het verlengde ligt van de grondslag voor eerder een bewijsbeslag.
Die eis geldt ook niet als inzage wordt gevorderd in documenten waarop bewijsbeslag rust.
Bovendien kan bij een inzageverzoek ook inzage worden gevraagd in ándere documenten, waarop nog géén beslag ligt. Aprisco kan ook inzage vragen in documenten die niet in de tas van V. zaten en niet in zijn Cloud stonden.
Er hoeft dus geen nauwe band te zijn tussen een eerder bewijsbeslag en een later inzageverzoek.
Het bewijsbeslag dient eigenlijk alleen maar als een bewarende maatregel om veilig te stellen dat later inzage kan worden afgedwongen. Er wordt een ‘glazen stolp’ over de documenten gezet. Meer niet. Een bewijsbeslag beperkt dus niet het recht op inzage in documenten o.g.v. 843a.
Nog geen account? Maak een account aan
Schrijf je nu in voor Legalflix en krijg direct toegang tot video’s en on-demand webinars.
Tevens krijgt u toegang tot alle live webinars, waar- onder de succesvolle serie De Hoge Raad besproken, diverse Journaals en de actualiteiten webinars van legalflix.
Heeft u al een account? Log hier in