Nederland is sinds 1995 verdragspartner van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten. Dit betekent dat Nederland verplicht is alle afspraken volgend uit dit verdrag in de nationale wetgeving door te voeren. Zo volgt uit dit verdrag dat bij een afweging van een straf of maatregel het belang van het kind altijd vooropgesteld dient te worden. Artikel 37 van het IVRK impliceert dat jongeren onder de 18 in principe niet opgesloten mogen worden. Verdragslanden verplicht zijn om voor voldoende alternatieven te zorgen. Het pedagogisch belang is het eerste doel van jeugdstrafrecht. Uit talrijke onderzoeken en adviezen, waaronder die van onze eigen kinderombudsman en rechtsgeleerden blijkt dat Nederland tot nu toe tekort schiet in de nakoming van de voorwaarden voor een kindvriendelijke en opvoedkundige straftoemeting. Sterker nog in sommige gevallen worden jeugdigen in de voorfase langer vastgehouden dan volwassenen. Ik pleit daarom voor afschaffing van het Jeugdstrafrecht.


Spreker(s)