prof. mr. Jacques Sluysmans
partner Van der Feltz advocaten N.V., hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen, onteigeningsrecht
Proces-verbaal van ten overstaan van raadsheer-commissaris gehouden mondelinge behandeling niet voorafgaand aan uitspraak verstrekt aan partijen en niet (in definitieve vorm) ter beschikking gesteld aan de leden van de meervoudige combinatie.
Inmiddels meer dan een decennium geleden was ik rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Bosch. In die hoedanigheid luisterde ik met twee collega-rechters naar pleidooien van partijen in de onteigeningszaak van de Staat tegen de familie Vis. Het zou mijn laatste zitting zijn als plaatsvervanger, want kort daarna hing ik de rechtstoga aan de spreekwoordelijke wilgen, vanwege mijn benoeming als hoogleraar aan de Radboud Universiteit.
In die zaak Staat/Vis werd door de rechtbank vonnis gewezen na mijn vertrek, met als gevolg dat de drie rechters wier namen onder het vonnis stonden niet precies dezelfde waren als de drie die bij pleidooi aanwezig waren geweest.
Het tegen dit vonnis gerichte cassatieberoep leidde tot een belangrijk arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2014, waarin de Hoge Raad in de kern oordeelde dat een na een mondelinge behandeling te nemen beslissing, behoudens bijzondere omstandigheden, moet worden gegeven door de rechters ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. De reden hiervoor is dat op die manier wordt gewaarborgd dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing.
Ditzelfde oogmerk – het waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing – gaf de Hoge Raad ook aanleiding om een paar jaar later - in een arrest van 22 december 2017 - te oordelen dat van een mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten en die plaatsvindt in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris, een proces-verbaal moet worden opgemaakt. Dat proces-verbaal dient voorafgaand aan de uitspraak te worden gezonden aan partijen en ter beschikking te worden gesteld van de meervoudige kamer. Gebeurt dat niet, dan is volgens de Hoge Raad onvoldoende gewaarborgd dat hetgeen ter zitting is voorgevallen bij de totstandkoming van de uitspraak door de meervoudige kamer wordt meegewogen.
In de zaak die leidde tot een arrest van de Hoge Raad van vrijdag jl. had partij V-Wave de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam verzocht om een verlof tot het leggen van conservatoir beslag. Dat verlof werd verleend, aanvankelijk voor een bedrag van ruim EUR 1,5 MIO, maar in de eindbeschikking is dat bedrag drastisch teruggeschroefd naar EUR 130.000.
Daartegen komt V-Wave in hoger beroep bij het hof Den Haag. Er vindt een mondelinge behandeling plaats op 31 januari 2025. Circa 3 weken later vraagt de advocaat van V-Wave het hof om een proces-verbaal van die mondelinge behandeling. De dag daarop laat het hof per email weten dat 5 dagen later een beschikking zal volgen en dat het proces-verbaal wordt opgemaakt en nagezonden.
De beschikking volgt op de aangekondigde dag en daarin wordt de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Het proces-verbaal is na de beschikking aan partijen toegestuurd.
Over dat proces-verbaal vindt nadien nog contact plaats tussen het hof en de advocaat van V-Wave.
Uit een email van het hof blijkt dat de drie raadsheren die de beschikking hebben gegeven op dat moment niet beschikten over een getekend proces-verbaal zoals dat na de beschikking aan partijen is toegezonden.
V-Wave klaagt bij de Hoge Raad over het feit dat het hof het proces-verbaal van de mondelinge behandeling niet voorafgaand aan zijn uitspraak heeft opgemaakt en ter beschikking heeft gesteld aan de raadsheren die de zaak beslisten, en het proces-verbaal evenmin voorafgaand aan zijn uitspraak heeft toegezonden aan partijen.
Het verbaast niet dat de Hoge Raad oordeelt dat het hoger beroep niet heeft voldaan aan de hiervoor uiteengezette, door de Hoge Raad ontwikkelde regels die moeten waarborgen dat hetgeen ter zitting is voorgevallen bij de totstandkoming van de uitspraak door de meervoudige kamer wordt meegewogen.
De beschikking van het hof Den Haag wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam. Dat Hof zal dan na kennisneming van het proces-verbaal van de zitting bij de raadsheer-commissaris in het hof Den Bosch alsnog tot een nieuwe beschikking moeten komen. De kans dat die een zulks tot een materieel afwijkende uitkomst leidt, lijkt mij op voorhand overigens niet bijzonder groot.