Nieuw 26 januari 2026 5 minuten

Verrekenbevoegdheid en verjaarde vorderingen

1.

Inhoud

1. ‘Verrekenen van een verjaarde vordering’

Op 23 januari 2026 oordeelde de HR over het verrekenen met een verjaarde vordering. Ik bespreek wat de Hoge Raad heeft beslist. We gaan beginnen.

2. Feiten – kort en helder

(1) Ennatuurlijk is een leverancier van Stadswarmte. Zij heeft een warmtenet in Tilburg. Daarop zijn duizenden huishoudens aangesloten. Vanaf 2012 brengt Ennatuurlijk een ‘aansluitvergoeding’ in rekening. Op grond van een Tariefadvies mag dat eigenlijk niet. Dat Tariefadvies is gegeven door de Vereniging van Stadswarmtebedrijven. Volgens het Tariefadvies mag maar één keer een aansluittarief in rekening worden gebracht als de woning op het warmtenet wordt aangesloten. Het mag dus niet elk jaar in rekening worden gebracht aan huishoudens die warmte afnemen.

Stichting Reeshofverzet is in 2017 opgericht. Zij behartigt de belangen van huishoudens in de Gemeente Tilburg, die zijn aangesloten op stadswarmte.

Reeshofverzet begint een collectieve actie namens een groep huishoudens om de aansluitvergoeding terug te vorderen. De vergoeding zou onverschuldigd zijn betaald. Zij dagvaarden in 2020.

Ennatuurlijk voert – onder andere – als verweer, dat de vordering van de huishoudens is verjaard.

3. Het oordeel van het hof

Het hof oordeelt dat het beroep van Ennatuurlijk op verjaring niet opgaat. Volgens het hof laat art. 6:131 van het Burgerlijk Wetboek (BW) namelijk toe dat een schuldeiser een verjaarde vordering verrekent met een tegenvordering die zijn wederpartij op hem heeft of krijgt.

Het hof wijst erop dat de huishoudens en Ennatuurlijk een duurovereenkomst  hebben tot de levering van warmte. Daarom vindt het hof het logisch, dat de huishoudens geld schuldig zijn of worden aan Ennatuurlijk – en dus hun verjaarde vorderingen nog kunnen verrekenen.

4. Ennatuurlijk gaat in cassatie

Volgens Ennatuurlijk legt het hof art. 6:131 BW veel te ruim uit.

5. Oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad geeft Ennatuurlijk gelijk en vernietigt het arrest van het hof. 

  • Wat beslist de Hoge Raad?
  • In normale gevallen wordt verrekening geregeld door art. 6:127 lid 2 BW. Dat artikel bepaalt het volgende:

Een schuldenaar is bevoegd zijn schuld aan A. –  te verrekenen met een claim die hij heeft op A. Maar dat mag alleen als hij én bevoegd is tot betaling van zijn schuld áán A. én als hij betaling dóór A kan afdwingen. De vorderingen moeten opeisbaar zijn.

  • Als zijn eigen claim op A. is verjaard, kan hij geen betaling meer afdwingen. Dan zou de schuldenaar dus ook niet meer mogen verrekenen.
  • Daar schiet art. 6:131 lid 1 BW hem te hulp. Daar staat: 

De bevoegdheid tot verrekening eindigt niet door verjaring van de rechtsvordering”.

  • Deze bepaling lijkt heel ruim. Maar volgens de Hoge Raad is dat niet zo. 
  • Volgens de Hoge Raad mag een schuldenaar alleen verrekenen, als hij daartoe
    al bevoegd was vóórdat zijn rechtsvordering verjaarde.
  • Dus: als de claim van een huishouden op Ennatuurlijk bijv. in 2018 al is verjaard, mag het huishouden zijn claim niet meer verrekenen met een nota uit 2020 van Ennatuurlijk. 

6. Waarom is dit arrest belangrijk?

Art. 6:131 BW beschermt dus alleen een eenmaal verkregen verrekenbevoegdheid. Maar nadat een vordering eenmaal is verjaard, creëert dit artikel geen nieuwe verrekenbevoegdheid.
Dit arrest trekt een duidelijke grens. Dit arrest voorkomt dat iemand een vordering die al lang en breed is verjaard nog “uit de kast kan halen”, wanneer hij later nog eens een schuld krijgt aan zijn oude schuldeiser.

Rechtsgebied(en)

Project(en)

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken