mr. Marieke van der Keur
advocaat BLD Ekelmans
1.
1. ‘Verrekenen van een verjaarde vordering’
Op 23 januari 2026 oordeelde de HR over het verrekenen met een verjaarde vordering. Ik bespreek wat de Hoge Raad heeft beslist. We gaan beginnen.
2. Feiten – kort en helder
(1) Ennatuurlijk is een leverancier van Stadswarmte. Zij heeft een warmtenet in Tilburg. Daarop zijn duizenden huishoudens aangesloten. Vanaf 2012 brengt Ennatuurlijk een ‘aansluitvergoeding’ in rekening. Op grond van een Tariefadvies mag dat eigenlijk niet. Dat Tariefadvies is gegeven door de Vereniging van Stadswarmtebedrijven. Volgens het Tariefadvies mag maar één keer een aansluittarief in rekening worden gebracht als de woning op het warmtenet wordt aangesloten. Het mag dus niet elk jaar in rekening worden gebracht aan huishoudens die warmte afnemen.
Stichting Reeshofverzet is in 2017 opgericht. Zij behartigt de belangen van huishoudens in de Gemeente Tilburg, die zijn aangesloten op stadswarmte.
Reeshofverzet begint een collectieve actie namens een groep huishoudens om de aansluitvergoeding terug te vorderen. De vergoeding zou onverschuldigd zijn betaald. Zij dagvaarden in 2020.
Ennatuurlijk voert – onder andere – als verweer, dat de vordering van de huishoudens is verjaard.
3. Het oordeel van het hof
Het hof oordeelt dat het beroep van Ennatuurlijk op verjaring niet opgaat. Volgens het hof laat art. 6:131 van het Burgerlijk Wetboek (BW) namelijk toe dat een schuldeiser een verjaarde vordering verrekent met een tegenvordering die zijn wederpartij op hem heeft of krijgt.
Het hof wijst erop dat de huishoudens en Ennatuurlijk een duurovereenkomst hebben tot de levering van warmte. Daarom vindt het hof het logisch, dat de huishoudens geld schuldig zijn of worden aan Ennatuurlijk – en dus hun verjaarde vorderingen nog kunnen verrekenen.
4. Ennatuurlijk gaat in cassatie
Volgens Ennatuurlijk legt het hof art. 6:131 BW veel te ruim uit.
5. Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad geeft Ennatuurlijk gelijk en vernietigt het arrest van het hof.
Een schuldenaar is bevoegd zijn schuld aan A. – te verrekenen met een claim die hij heeft op A. Maar dat mag alleen als hij én bevoegd is tot betaling van zijn schuld áán A. én als hij betaling dóór A kan afdwingen. De vorderingen moeten opeisbaar zijn.
“De bevoegdheid tot verrekening eindigt niet door verjaring van de rechtsvordering”.
6. Waarom is dit arrest belangrijk?
Art. 6:131 BW beschermt dus alleen een eenmaal verkregen verrekenbevoegdheid. Maar nadat een vordering eenmaal is verjaard, creëert dit artikel geen nieuwe verrekenbevoegdheid.
Dit arrest trekt een duidelijke grens. Dit arrest voorkomt dat iemand een vordering die al lang en breed is verjaard nog “uit de kast kan halen”, wanneer hij later nog eens een schuld krijgt aan zijn oude schuldeiser.
Nog geen account? Maak een account aan
Schrijf je nu in voor Legalflix en krijg direct toegang tot video’s en on-demand webinars.
Tevens krijgt u toegang tot alle live webinars, waar- onder de succesvolle serie De Hoge Raad besproken, diverse Journaals en de actualiteiten webinars van legalflix.
Heeft u al een account? Log hier in