mr. Merel Livestro
advocaat-stagiair Linklaters LLP
In deze video wordt het arrest van de Hoge Raad van 13 februari 2026 besproken.
In deze video wordt het arrest van de Hoge Raad van 13 februari 2026 besproken. Het arrest gaat over een incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie. In cassatie kunnen niet alle incidentele vorderingen worden ingesteld die in feitelijke instanties mogelijk zijn. Op grond van artikel 414 in verbinding met artikel 224 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is een incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie wél mogelijk.
1. Relevant kader
Ter achtergrond eerst het volgende. Artikel 6:51 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek vereist dat de aangeboden zekerheid zodanig is, dat de vordering behoorlijk gedekt is en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen.
De Hoge Raad oordeelde in 2022 al dat de rechter kan bepalen welke vorm van zekerheidstelling in elk geval voldoet aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW en dat, indien de desbetreffende partij een andere vorm van zekerheid stelt of aanbiedt, de rechter moet onderzoeken of die vorm van zekerheid in overeenstemming is met deze eisen. De aangeboden andere vormen van zekerheidstelling waren in die zaak onder meer storting op de derdengeldenrekening van de betrokken advocaten.
2. Kern van de zaak
Het onderhavige arrest bouwt op dit arrest voort. De kern van het geschil betreft de volgende vraag: is de partij die zekerheid voor proceskosten verlangt gehouden een aanbod tot zekerheidstelling door storting op de derdenrekening van een advocatenkantoor te accepteren, indien niet duidelijk is of dit advocatenkantoor hieraan medewerking verleent?
3. Het aanbod tot zekerheidstelling voor proceskosten
Dan de zaak. Eisers in het incident hebben een incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten ingediend. Zij legden hier onder meer aan ten grondslag dat verweersters in het incident zijn gevestigd op de Britse Maagdeneilanden en geen woonplaats of vaste verblijfplaats in Nederland hebben. Ook zijn de Britse Maagdeneilanden geen partij bij enig verdrag dat tot gevolg heeft dat er een tenuitvoerleggingsmogelijkheid van een proceskostenveroordeling bestaat.
De Hoge Raad constateert eerst dat verweersters in het incident inderdaad gehouden zijn zekerheid voor proceskosten te stellen. Verweersters in het incident hebben aangeboden de verlangde zekerheid te stellen door een bedrag over te maken naar de derdenrekening van het kantoor van de advocaten of cassatieadvocaten van eisers in het incident, óf naar het kantoor van de cassatieadvocaten van mede-verweersters in de hoofdzaak. Eisers in het incident hebben dit aanbod niet aanvaard, omdat haar advocaten en cassatieadvocaten hebben laten weten dat zij op grond van hun interne regels niet toestaan dat hun derdenrekeningen hiervoor worden gebruikt. Uit het procesdossier bleek niet dat verweersters in het incident met het kantoor van de cassatieadvocaten van de mede-verweersters in de hoofdzaak overeenstemming hebben bereikt over storting.
4. De keuzevrijheid bij zekerheidstelling voor proceskosten
De Hoge Raad oordeelt als volgt. Op grond van artikel 6:51 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek staat de vorm van de zekerheid in beginsel ter vrije keuze van degene die is verplicht tot het stellen van zekerheid. Indien deze partij ervoor kiest om zekerheid te stellen door storting op de derdenrekening van een advocatenkantoor, brengt artikel 6:51 lid 2 BW mee dat zij zich ervan dient te vergewissen dat het betrokken advocatenkantoor daaraan medewerking verleent.
Dit betekent dat de keuzevrijheid van verweersters in het incident niet zo ver gaat dat eisers in het incident waren gehouden het aanbod te aanvaarden. De weigering van het aanbod leidt er dan ook niet toe dat hun incidentele vordering wegens gebrek aan belang moet worden afgewezen.
5. Conclusie
Het arrest maakt duidelijk dat indien een partij die zekerheid dient te stellen dit wil doen door storting op een derdenrekening van een advocatenkantoor, zij moet nagaan of de houder van deze derdenrekening ook daadwerkelijk zijn of haar medewerking verleent. Bij gebrek aan dergelijke medewerking, staat de keuzevrijheid van artikel 6:51 BW niet in de weg aan het weigeren van het aanbod tot zekerheidstelling.
Nog geen account? Maak een account aan
Schrijf je nu in voor Legalflix en krijg direct toegang tot video’s en on-demand webinars.
Tevens krijgt u toegang tot alle live webinars, waar- onder de succesvolle serie De Hoge Raad besproken, diverse Journaals en de actualiteiten webinars van legalflix.
Heeft u al een account? Log hier in