Nieuw 21 mei 2026 6 minuten

Zonder afnameplicht geen uitsluiting van de geschillenregeling

In deze video gaat het over de geschillenregeling – en vooral over de verhouding tussen de wettelijke geschillenregeling en een eigen regeling in statuten, administratievoorwaarden of een aandeelhoudersovereenkomst.

Inhoud

In deze video gaat het over de geschillenregeling – en vooral over de verhouding tussen de wettelijke geschillenregeling en een eigen regeling in statuten, administratievoorwaarden of een aandeelhoudersovereenkomst.

Artikel 2:337 BW bepaalt dat zo’n eigen regeling voorgaat, als die voorziet in de oplossing van het geschil. Maar in de praktijk strandt een beroep op zo’n regeling vaak. De Enora-beschikking van de Ondernemingskamer van 19 februari 2026 laat goed zien waarom.

Vaak is er namelijk wel een aanbiedingsplicht, maar geen afnameplicht. En zonder duidelijke afnameplicht leidt een eigen regeling niet noodzakelijk tot daadwerkelijke overdracht.

Allereerst de feiten. 

Enora is een houdstervennootschap binnen een groep die actief is in digitale marketing en advertenties. De aandelen worden gehouden door PDM – een persoonlijk vehikel van de uiteindelijke aandeelhouder – en door een STAK. Die STAK heeft certificaten uitgegeven aan werknemers, waaronder de twee verzoekers: de voormalige CEO en CFO. Zij houden elk net geen 5% van de certificaten.

In 2023 loopt de verhouding met de uiteindelijke aandeelhouder ernstig uit de hand. Hij bemoeit zich intensief met Enora en haar onderneming. Hij stuurt e-mails en WhatsApp-berichten, vaak 's nachts of in het weekend, en geeft instructies aan bestuurders, werknemers en adviseurs. De Ondernemingskamer noemt die communicatie uiterst dwingend, respectloos en soms ronduit schofferend.

De twee certificaathouders nemen uiteindelijk ontslag als bestuurders en bieden hun certificaten aan, conform de administratievoorwaarden. Daarna escaleert het conflict verder. De uiteindelijke aandeelhouder biedt 1 eurocent voor de certificaten. Enora stelt zich op het standpunt dat de certificaathouders als bad leavers moeten worden aangemerkt en stelt hen aansprakelijk voor een claim van 6,1 miljoen euro. Bovendien worden zij uitgesloten van interim-dividend dat andere certificaathouders wel ontvangen.

Er loopt dan al een waarderingstraject op grond van de administratievoorwaarden. Een door het NAI aangewezen deskundige stelt de waarde vast. Toch willen STAK en Enora de certificaten niet afnemen op basis van dat rapport.

Ondernemingskamer

En zo komen partijen toch uit bij de Ondernemingskamer. De certificaathouders verzoeken om uittreding: Enora moet worden bevolen hun certificaten over te nemen tegen een door de Ondernemingskamer vast te stellen prijs. Zij vragen daarbij ook om een billijke verhoging van die prijs.

Enora verweert zich onder meer met een beroep op de eigen regeling in de administratievoorwaarden. Volgens Enora regelen die voorwaarden al hoe de certificaten moeten worden aangeboden, gewaardeerd en overgedragen. Daarmee zou de wettelijke geschillenregeling niet openstaan.

De Ondernemingskamer gaat daar niet in mee.

Volgens de Ondernemingskamer kan een eigen regeling alleen voorgaan als toepassing daarvan ook daadwerkelijk tot overdracht leidt. Dat is hier niet het geval. De administratievoorwaarden bepalen wel dat de certificaten bij vertrek moeten worden aangeboden, maar daaruit volgt niet met voldoende duidelijkheid dat PDM of Enora ook verplicht zijn die certificaten daadwerkelijk af te nemen. Enora kon de regeling zo lezen dat zij na waardering nog vrij was om niet op het aanbod in te gaan.

Analyse 

Een aanbiedingsplicht is nog geen afnameplicht. Als de wederpartij na aanbieding vrij blijft om niet af te nemen, lost de eigen regeling het geschil niet op. Dan blijft de wettelijke geschillenregeling beschikbaar als nooduitgang.

De beschikking roept ook een vervolgvraag op: zou dat anders zijn als de partij die zich op de eigen regeling beroept, zich in of vóór de procedure ondubbelzinnig en afdwingbaar verbindt om de certificaten af te nemen? Dat was hier niet aan de orde. Enora en STAK hadden de certificaten juist niet willen afnemen op basis van het waarderingsrapport. Maar het kan wel een interessante processtrategie zijn. 

Terug naar Enora. De Ondernemingskamer wijst het uittredingsverzoek toe. Van de certificaathouders kan in redelijkheid niet meer worden gevergd dat zij verbonden blijven aan Enora.

Daarmee is de zaak nog niet klaar. Een deskundige moet de waarde van de certificaten gaan bepalen, met inachtneming van het bepaalde in de administratievoorwaarden. Hij krijgt ook een specifieke opdracht mee. Hij moet onderzoeken of de waarde van de certificaten op enig moment is gedaald, waardoor die daling is veroorzaakt, en in hoeverre die aan Enora, PDM of de uiteindelijke aandeelhouder kan worden toegerekend. Dit kan relevant zijn voor een eventuele billijke verhoging. De beslissing daarover wordt tot die tijd aangehouden.

Lessen 

Welke lessen kan je nou uit deze beschikking trekken?

  1. Wie de wettelijke geschillenregeling echt wil uitsluiten, heeft meer nodig dan een aanbiedingsregeling. Er moet een afdwingbaar traject zijn naar overdracht: aanbieding, afname, prijsbepaling, levering en betaling.
  2. Ook als de eigen regeling de wettelijke procedure niet blokkeert, kan zij nog steeds relevant zijn voor de waardering. Een deskundige zal hier in beginsel rekening mee houden. 
  3. De wettelijke geschillenregeling kent met de billijke verhoging een krachtige correctiemogelijkheid. Daarmee kan worden voorkomen dat de uittredende certificaathouder de rekening betaalt voor waardeverlies dat door de wederpartij is veroorzaakt.

Rechtsgebied(en)

Home Live On Demand Mijlpaalarresten Podcasts Blogs Zoeken