Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat besluit CBR tot ongeldigverklaring van rijbewijs van verdachte aan hem bekend is gemaakt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1146 m.b.t. vereisten om tot bewezenverklaring van een op art. 9.2 WVW 1994 toegesneden tll. te kunnen komen. Uit bewijsvoering kan niet z.m. volgen dat besluit van CBR tot ongeldigverklaring van rijbewijs van verdachte aan verdachte is bekendgemaakt en op het moment van tlgd. van kracht was. Daaraan doet niet af verklaring van verdachte dat hij in 2002 zijn rijbewijs is ‘kwijt geraakt’.
Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Spreker(s)
Uitspraken met hetzelfde onderwerp:
-
- Hoge Raad 29 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:470) Rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs in de zin van artikel 9 lid 2 WVW
- Hoge Raad 9 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1146) Rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs in de zin van artikel 9 lid 2 WVW
-
- Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2022 (ECLI:NL:PHR:2022:95) Rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs in de zin van artikel 9 lid 2 WVW
- Parket bij de Hoge Raad 9 april 2019 (ECLI:NL:PHR:2019:349) Rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs in de zin van artikel 9 lid 2 WVW
Aanmelden | Hoge Raad 22 maart 2022
Kosten: gratis
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht