Hoge Raad 1 december 2009

ECLI:NL:HR:2009:BI5627

Datum: 01-12-2009

Onderwerp(en): Overzicht uitspraken: Psychische overmacht

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Overmacht. Art. 197 Sr. Ongewenst verklaarde vreemdeling die is veroordeeld wegens foltering en als gevolg daarvan o.g.v. art. 1F Vluchtelingenverdrag niet de door dat Verdrag geboden bescherming toekomt. Het beroep op overmacht komt erop neer dat van verdachte redelijkerwijs niet gevergd kon worden om te voldoen aan zijn verplichting om NL te verlaten omdat “er geen ander land is waar de verdachte terecht kan”. In het licht van ’s Hofs oordeel dat de situatie op 9 mei 2006 een patstelling benaderde (ongewenstverklaring t.o. het ontbreken van uitzetmogelijkheden o.g.v. art. 3 EVRM) en tegen de achtergrond van de omstandigheden van het geval vormt de enkele omstandigheid dat verdachte vanaf de bekendmaking van de ongewenstverklaring aan hem tot aan zijn aanhouding op 9 mei 2006 niet is gebleken van inspanningen van verdachte om te voldoen aan zijn vertrekplicht, onvoldoende grond voor de verwerping van het verweer. I.c. had het Hof tot uitdrukking dienen te brengen aan welke inspanningen zou kunnen worden gedacht en of van dergelijke inspanningen, al dan niet met ondersteuning van de NL overheid, redelijkerwijs enig resultaat was te verwachten. Verwerping ontoereikend gemotiveerd.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: