Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:RBHAA:2009:BL5702 Rechtbank Haarlem 24 december 2009

ECLI:NL:RBHAA:2009:BL5702

Datum: 24-12-2009

Onderwerp: Psychische overmacht

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Medeplegen invoer cocaine en voorbereidingshandelingen. Verweer psychische overmacht ten aanzien van medeplegen invoer cocaine wordt gehonoreerd: ontslag van alle rechtsvervolging.


Gezien de zich in het dossier bevindende stukken en gelet op het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk geworden dat verdachte een zodanige (van buiten komende) dwang heeft ervaren, dat zij redelijkerwijs daaraan geen weerstand kon en hoefde te bieden. Verdachte is na de ontdekking van de cocaïne in een situatie beland waarbij (indirecte) bedreigingen volgden. [Omschrijving bedreigingen] Verdachte en medeverdachte hebben tevens, op het moment dat zij zich niet meer in een voor hen concrete bedreigende situatie bevonden, een, gelet op de specifieke situatie, juiste handelwijze gehanteerd.
De rechtbank overweegt dat, gelet op de jonge leeftijd van verdachte, haar nog niet gerijpte persoonlijkheid en gebrek aan levenservaring in combinatie met de chaotische en bedreigende omstandigheden in Brazilië, zoals hiervoor aangegeven, na ontdekking van de cocaïne van verdachte niet kon worden verwacht dat zij een andere, minder ingrijpende uitweg zou kiezen. Derhalve is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldaan.
Vanaf het moment waarop de cocaïne in Brazilië is ontdekt, heeft de situatie een wending gekregen, waardoor er ten aanzien van verdachte naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van ‘culpa in causa’.
Dit betekent dat de voor schuld aan het bewezen verklaarde vereiste wilsvrijheid bij de verdachte ontbrak, zodat zij niet strafbaar is voor het onder 1 ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit en ter zake van dit feit ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte met betrekking tot de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen (feit 2) uitsluit. Verdachte is hiervoor dus strafbaar.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel docent Universiteit Utrecht