ECLI:EU:C:2025:264
Datum: 10-04-2025
Onderwerp: Belgische Staat (ECLI:EU:C:2025:264)
Overige onderwerpen: Belgische Staat (ECLI:EU:C:2025:264)Feiten, EC richtsnoeren
Rechtsgebiedenregister: Vreemdelingenrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 10 april 2025.
XXX tegen État belge.
Verzoek van de Raad van State (België) om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Richtlijn 2004/38/EG – Recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden – Artikel 3 – Begunstigden – Artikel 2, punt 2, onder d) – Familielid – Rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn van de partner van een burger van de Unie die ten laste is van die burger van de Unie en/of die partner – Beoordeling van de voorwaarde inzake het ‚ten laste’ zijn – Relevante datum om de materiële afhankelijkheid vast te stellen – Artikel 10 – Voorwaarden voor de afgifte van een verblijfskaart – Declaratoire aard van een verblijfskaart – Aanvraag voor een verblijfskaart in de gastlidstaat meerdere jaren na het vertrek uit het land van oorsprong – Gevolgen van een situatie van onregelmatig verblijf op grond van de nationale regelgeving voor de beoordeling van de voorwaarde inzake het ‚ten laste’ zijn.
Zaak C-607/21.