ECLI:EU:C:2022:603
Datum: 01-08-2022
Onderwerp: Dublinverordening III
Rechtsgebiedenregister: Vreemdelingenrecht, Asiel- en vluchtelingenrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 1 augustus 2022.
RO tegen Bundesrepublik Deutschland.
Verzoek van het Verwaltungsgericht Cottbus om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk asielbeleid – Criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming – Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublin III) – Verzoek om internationale bescherming ingediend door een minderjarige in de lidstaat waar hij is geboren – Ouders van deze minderjarige die eerder in een andere lidstaat de vluchtelingenstatus hebben verkregen – Artikel 3, lid 2 – Artikel 9 – Artikel 20, lid 3 – Richtlijn 2013/32/EU – Artikel 33, lid 2, onder a) – Ontvankelijkheid van het verzoek om internationale bescherming en verantwoordelijkheid voor de behandeling ervan.
Zaak C-720/20.