ECLI:EU:C:2024:195
Datum: 29-02-2024
Onderwerp: Ararat
Overige onderwerpen: (On)deelbaarheid interstatelijk vertrouwensbeginsel, Interstatelijk vertrouwen, Interstatelijkvertrouwen, Reikwijdte Ararat, Standaard voornemen
Rechtsgebiedenregister: Asiel- en vluchtelingenrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 29 februari 2024.
X tegen Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Verzoek van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid – Verzoek om internationale bescherming – Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Artikel 4 – Gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling – Criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming – Verordening (EU) nr. 604/2013 – Artikel 3, lid 2 – Omvang van de verplichtingen van de lidstaat die heeft verzocht om terugname van de verzoeker door de verantwoordelijke lidstaat en de verzoeker aan laatstgenoemde lidstaat wil overdragen – Beginsel van wederzijds vertrouwen – Middelen en bewijsstandaard inzake het reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling wegens systeemfouten – Praktijk van pushbacks naar een derde land en bewaring aan grensposten.
Zaak C-392/22.