Centrale Raad van Beroep 12 augustus 2021

ECLI:NL:CRVB:2021:2036

Datum: 12-08-2021

Onderwerp(en): Jurprud 2021 - 3

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht

Benadelingshandeling. Verminderde verwijtbaarheid. Appellant is akkoord gegaan met beëindiging dienstverband waardoor sprake is van een benadelingshandeling. Anders dan het Uwv en de rechtbank overweegt de Raad dat appellant hiervan niet in overwegende mate een verwijt kan worden gemaakt. Met zijn werkgever was kort voor het tekenen van de vaststellingsovereenkomst een conflictueuze situatie ontstaan. Gelet op zijn medische toestand is aannemelijk dat appellant onvoldoende in staat was om de ontstane stressvolle situatie te hanteren en adequaat te reageren. Door het Uwv is nog gesteld dat appellant niet handelingsonbekwaam was en niet met een rechterlijke machtiging is opgenomen. Van (verminderde) verwijtbaarheid is echter niet slechts sprake als de betrokkene handelingsonbekwaam is. Bovendien is slechts van het vragen van een rechterlijke machtiging afgezien, omdat appellant vrijwillig meewerkte aan de opnames. Voor een blijvend gehele weigering van de uitkering is geen plaats. De Raad voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat de uitkering wordt gekort met 15% gedurende vier maanden.