Hoge Raad 15 maart 2024 Rechtbank Midden-Nederland 5 maart 2024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 maart 2024 Rechtbank Rotterdam 1 maart 2024 Gerechtshof Den Haag 27 februari 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:CRVB:2018:3680 Centrale Raad van Beroep 14 november 2018

ECLI:NL:CRVB:2018:3680

Datum: 14-11-2018

Onderwerp: Bezwaartermijn

Rechtsgebiedenregister: Arbeidsrecht

Vindplaats: Extern

Ten onrechte is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Anders dan de rechtbank, is de Raad van oordeel dat het zorgkantoor niet aan de hand van een deugdelijke verzendadministratie aannemelijk heeft gemaakt dat dat besluit daadwerkelijk aan appellant is verzonden. Het zorgkantoor heeft al in beroep te kennen gegeven dat geen verzendadministratie of registratie van feitelijke postverzending wordt bijgehouden. De (enkele) print van het registratiesysteem is onvoldoende voor het oordeel dat het zorgkantoor aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit is verzonden. Uit deze print van het registratiesysteem volgt weliswaar dat het besluit van 30 december 2015 in het registratiesysteem is aangemaakt en dat de behandeling van dat besluit op 31 december 2015 in dat systeem is afgerond, maar niet dat dat besluit ook daadwerkelijk is geprint en ter verzending per post is aangeboden. Daarnaast is het besluit van 30 december 2015 voorzien van een besluitdatum, maar niet van een verzenddatum. Ook op grond daarvan heeft het zorgkantoor niet aannemelijk gemaakt dat het besluit daadwerkelijk aan appellant is verzonden. Terugvordering niet-verantwoord pgb: Het zorgkantoor heeft zich in hoger beroep op het nadere standpunt gesteld dat – gelijk aan het standpunt in de zaak over het pgb over 2013 – ervan kan worden uitgegaan dat de zorgverleners in 2014 vijf uur per dag begeleiding aan appellant hebben verleend en dat deze zorg kan worden aangemerkt als AWBZ‑zorg. Hierbij is het zorgkantoor uitgegaan van hetzelfde uurloon van de zorgverleners als in 2013. Dit betekent dat ook over het jaar 2014 wordt aangenomen dat appellante een bedrag van € 21.845,20 aan de zorgverleners heeft betaald voor verleende AWBZ‑zorg. Het zorgkantoor heeft dit bedrag, in het kader van de belangenafweging, alsnog goedgekeurd. De Raad doet zelf af.

Ga naar uitspraak