Centrale Raad van Beroep 17 november 2021

ECLI:NL:CRVB:2021:2875

Datum: 17-11-2021

Onderwerp(en): Medische beoordeling

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht

Volgens vaste jurisprudentie van de Raad is het in zijn algemeenheid niet zo dat het Uwv iedere afwijking van een eerdere beoordeling moet motiveren (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 19 februari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC4761). Ook een gewijzigd inzicht van het bestuursorgaan kan onder omstandigheden een toereikende grondslag vormen voor een zodanige herziening. Er wordt geen aanleiding gezien hierover anders te oordelen nu het gaat over een geschil over de Wet WIA. Het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag van het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoende deugdelijk is onderbouwd, wordt onderschreven. Daartoe wordt het volgende overwogen. De beroepsgrond dat appellante ten onrechte niet beperkt is geacht op item 1.9.4 van de FML, slaagt niet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat daarom de verschuiving van de beperking heeft plaatsgevonden van de rubriek persoonlijk functioneren naar rubriek sociaal functioneren van de FML. Appellante heeft in hoger beroep geen medische stukken ingebracht die doen twijfelen aan de juistheid van de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Het oordeel van de rechtbank dat de verzekeringsartsen de in de FML van 12 april 2019 opgenomen urenbeperking voldoende hebben gemotiveerd, wordt gevolgd. Uitgaande van de juistheid van de beperkingen in de FML van 12 april 2019 wordt geen reden gezien te twijfelen aan de geschiktheid van de door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geselecteerde functies. De arbeidsdeskundige en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd waarom appellante in staat moet worden geacht de geselecteerde functies te vervullen. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: