Centrale Raad van Beroep 19 december 2019

ECLI:NL:CRVB:2019:4217

Datum: 19-12-2019

Onderwerp(en): Belastend besluit/tv WW

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht

De Raad is van oordeel dat de stelling van het Uwv, dat aan de voorwaarden voor intrekking van de WW-uitkering van betrokkene is voldaan, op onvoldoende feitenonderzoek berust (stap 1). Betrokkene heeft, ook als in aanmerking wordt genomen dat zij haar werkzaamheden in Nederland wat heeft aangedikt, wel aannemelijk gemaakt dat zij in Nederland op regelmatige basis pakketten in ontvangst nam, sorteerde en bij klanten bezorgde (stap 2). Betrokkene is daarom op 1 april 2016 niet, zoals het Uwv stelt, in Nederland volledig werkloos geworden. De WW-uitkering van betrokkene is dan ook ten onrechte beëindigd. Daarmee komt ook de terugvordering te vervallen.

Spreker(s)

Kerstin-Hopman.jpg
mr. Kerstin Hopman

advocaat Advocatenkantoor Kerstin Hopman

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: