Centrale Raad van Beroep 20 januari 2015

ECLI:NL:CRVB:2015:57

Datum: 20-01-2015

Onderwerp(en): Collectieve voorzieningen

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht, Vreemdelingenrecht

Afwijzing aanvraag bijstand. Appellant was niet bevoegd om zelfstandig vast te stellen dat betrokkene geen verblijfsrecht (meer) heeft. Appellant had daarover in overleg moeten treden met de staatssecretaris. Door dit na te laten heeft appellant het bestreden besluit niet met de nodige zorgvuldigheid voorbereid. Appellant heeft de afwijzing van de aanvraag ten onrechte gebaseerd op de grond dat betrokkene als gevolg van de aanvraag om bijstand niet langer rechtmatig verblijf houdt in Nederland en als gevolg daarvan geen rechthebbende is in de zin van artikel 11, tweede lid, van de WWB. Appellant heeft niet in overleg met de staatssecretaris onderzocht of betrokkene aan het recht van de Unie in de beoordelingsperiode een verblijfsrecht hier te lande kon ontlenen.

Spreker(s)

mr.-A.-Pahladsingh-image.jpg
mr. A. Pahladsingh

jurist Raad van State, rechter-plaatsvervanger rechtbank Rotterdam

Bekijk profiel