Centrale Raad van Beroep 21 augustus 2013

ECLI:NL:CRVB:2013:1481

Datum: 21-08-2013

Onderwerp(en): Re-integratie in het eigen werk.

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht, Burgerlijk procesrecht, Arbeidsrecht

Bij besluit heeft het Uwv het tijdvak waarin werknemer jegens appellante als werkgeefster recht heeft op loon tijdens ziekte, verlengd. Die verlenging is opgelegd in aansluiting op de afloop van de normale wachttijd van 104 weken op de grond dat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, terwijl daarvoor geen deugdelijke grond aanwezig was. De Raad stelt vast dat de onderbouwing van het standpunt van het Uwv voor een belangrijk deel is terug te voeren op de gedachte dat appellante zich, toen werknemer uitviel, had moeten realiseren dat werknemer al eerder gewrichtsklachten had gehad en hierin aanleiding had moeten zien meteen, of in ieder geval bij het opschudmoment in de richting van hervatting in ander werk dan het eigen werk te denken en activiteiten in het tweede spoor te starten. Niet valt in te zien waarop de stelling van de bezwaararbeidsdeskundige dat re-integratie ver achterbleef bij de inschatting die de bedrijfsarts in de probleemanalyse had gemaakt, is gebaseerd. Ook valt niet in te zien waarom appellante op dat moment, gelet op de stand van zaken en met hetgeen toen bekend was, de bakens had moeten verzetten naar het tweede spoor. Het bestreden besluit berust niet op een deugdelijke grondslag en moet worden vernietigd.

Spreker(s)

Tijn-van-Osch.jpg
mr. Tijn van Osch

senior raadsheer gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, voorzitter raad van discipline

Bekijk profiel
mr-v2.-A.-Wit-image.jpg
mr. Arie Wit

juridisch adviseur Sociaalverzekeringsrecht De Geinbrug

Bekijk profiel