Centrale Raad van Beroep 23 februari 2021

ECLI:NL:CRVB:2021:397

Datum: 23-02-2021

Onderwerp(en): Benadelingshandeling ZW

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht

Tussen partijen is niet in geschil dat appellant per 20 maart 2018 ontslag heeft genomen. In geschil is de vraag of sprake is van verminderde verwijtbaarheid of geen verwijtbaarheid. Daarvan is sprake indien de ontslagname appellant niet dan wel niet in overwegende mate kan worden verweten. Met de rechtbank beantwoordt Raad die vraag ontkennend. Appellant heeft ook in hoger beroep niet met objectieve medische stukken aangetoond dat hij de gevolgen van zijn ontslagname niet kon overzien. De Raad acht hierbij verder nog van belang dat zoals ter zitting van de Raad aan de orde is geweest appellant en zijn ex-werkgever daags na de ontslagname contact hebben gehad, dat de ex-werkgever appellant heeft gevraagd terug te komen maar dat appellant dat heeft geweigerd. Hierdoor kan ook niet gesteld worden dat de ontslagname een impulsieve daad was. Nu niet gebleken is van dringende redenen op grond waarvan het Uwv van het nemen van een maatregel had moeten afzien heeft het Uwv terecht geweigerd de ZW uitkering van appellant uit te betalen. Uit hetgeen is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Up-to-date blijven over Centrale Raad van Beroep 23 februari 2021

Spreker(s)

Kerstin-Hopman.jpg
mr. Kerstin Hopman

advocaat Advocatenkantoor Kerstin Hopman

Bekijk profiel