Centrale Raad van Beroep 25 maart 2020

ECLI:NL:CRVB:2020:768

Datum: 25-03-2020

Onderwerp(en): Kwaliteit van zorg

Rechtsgebiedenregister: Gezondheidsrecht

De Raad leidt uit het wettelijk kader af dat het zorgkantoor belast is met de controle van de aan de verzekerde verleende zorg en de besteding van de pgb’s en fraudeonderzoek. De Raad is van oordeel dat dit samenstel van bepalingen is aan te merken als een toereikende wettelijke grondslag in de zin van artikel 8, tweede lid, van het EVRM voor het verrichten van fysieke waarnemingen in het kader van deze taken. Het betoog van betrokkenen dat de vermelde waarnemingen als stelselmatig moeten worden aangemerkt, waarvoor een nauwkeurige wettelijke basis is vereist, volgt de Raad niet. Met de waarnemingen kon geen min of meer compleet beeld van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van betrokkenen worden verkregen. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat het vermelde samenstel van bepalingen eveneens een toereikende wettelijke grondslag in de zin van artikel 8, tweede lid, van het EVRM biedt voor het ondersteunende gebruik van de camera bij de waarnemingen. Vervolgens moet de Raad de vraag beantwoorden of de inbreuk op het recht op privéleven voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. De hoger beroepen slagen en de aangevallen uitspraak moet daarom worden vernietigd.

Spreker(s)

mr.-G.-Kooijman-image.jpg
mr. G. Kooijman

advocaat, Nysingh advocaten en notarissen

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: