Recht op WW-uitkering terecht niet uitbetaald. Appellant is werkloos geworden door zelf ontslag te nemen. Het oordeel van de rechtbank dat van zwaarwegende bezwaren tegen voortzetting van de dienstbetrekking van appellant niet is gebleken, wordt onderschreven. Appellant heeft zich niet gehouden aan de verplichting te voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt als bedoeld in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW. Van redenen op grond waarvan geconcludeerd zou moeten worden dat de werkloosheid appellant niet in overwegende mate kan worden verweten is niet gebleken.

Spreker(s)

Kerstin-Hopman.jpg
mr. Kerstin Hopman

advocaat Advocatenkantoor Kerstin Hopman

Bekijk profiel
Ben-van-Meurs-800x600.jpg
mr. Ben van Meurs

advocaat KampsVanBaar Advocaten

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: