Centrale Raad van Beroep 29 juli 2020

ECLI:NL:CRVB:2020:1645

Datum: 29-07-2020

Onderwerp(en): Duurzaam

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht

De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn grotendeels een herhaling van wat zij in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft alle beroepsgronden besproken en daarover een goed gemotiveerd oordeel gegeven. De overwegingen van de rechtbank worden geheel onderschreven. Daaraan wordt het volgende toegevoegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 16 april 2018 toegelicht dat in een situatie waarin een veiligheids- of werkschoen is vereist, dit ook in de vorm van een orthopedische (werk)schoen zal kunnen. De Raad kan de redenering in dit rapport volgen. Verwezen wordt naar de uitspraak van 16 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3650. Dat, zoals namens appellante is benadrukt, op de datum in geding 15 oktober 2016 feitelijk geen geschikt orthopedisch schoeisel voor appellante voorhanden was, leidt niet tot een ander oordeel. Verwezen wordt in dat verband naar de uitspraak van 28 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM6329, waarin is overwogen dat het voldoende is dat als een noodzakelijke voorziening op de datum in geding nog niet aanwezig is, aannemelijk is dat deze voorziening alnog kan worden verkregen.

Spreker(s)

Kerstin-Hopman.jpg
mr. Kerstin Hopman

advocaat Advocatenkantoor Kerstin Hopman

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: