Rechtbank Den Haag 22 maart 2024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2024 Rechtbank Midden-Nederland 13 maart 2024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 maart 2024 Rechtbank Rotterdam 11 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:GHSHE:2017:5584 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14 december 2017

ECLI:NL:GHSHE:2017:5584

Datum: 14-12-2017

Onderwerp: Pensioen in eigen beheer

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Extern

Belanghebbende is in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij echtscheidingsconvenant, waaruit is af te leiden dat partijen bedoeld hebben de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) te willen toepassen, van 12 november 2009 is de huwelijksgemeenschap en het pensioenvermogen verdeeld. Tot de huwelijksgemeenschap hebben, voor zover van belang, de echtelijke woning en een lijfrentepolis behoord. Op 18 januari 2010 is de echtscheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Met de Inspecteur is het Hof van oordeel dat de pensioenrechten alsmede het lijfrenterecht op grond van artikel 3:102, lid 3, van de Wet IB bij belanghebbende zijn belast. Het Hof stelt vast dat belanghebbende en haar ex-echtgenoot niet hebben afgezien van de toepassing van de WVPS, maar desondanks zijn overgegaan tot pensioenverrekening, waarbij belanghebbende een deel van haar pensioenaanspraken heeft afgestaan in ruil voor het aan haar toebedelen van het woonhuis. Anders dan belanghebbende is het Hof van oordeel dat de Inspecteur in het juiste jaar heeft geheven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het gelijk is aan de Inspecteur.

Ga naar uitspraak