Gerechtshof Amsterdam 15 februari 2022

ECLI:NL:GHAMS:2022:386

Datum: 15-02-2022

Ontslag op staande voet CEO VCKG. Het hof oordeelt – anders dan de kantonrechter – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Uit de ontslagbrief blijkt dat VCKG zestien redenen ten grondslag heeft gelegd aan het ontslag op staande voet. Voor de onderbouwing van deze redenen wordt in zestien voetnoten verwezen naar verschillende documenten, Whatsapp-groepen en verschillende bijgevoegde documenten. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de werknemers vier ordners getoond waarin zip- en pdf-bestanden waren opgenomen en welke ordners honderden pagina’s bevatten. VCKG verwijst derhalve ter onderbouwing van de vele ontslaggronden naar zeer omvangrijke bijlagen, maar concretiseert niet welke gedragingen van de werknemer hebben geleid tot het ontslag op staande voet. De opgevoerde redenen blijven alle steken in algemene verwijten. Op deze wijze heeft VCKG niet voldaan aan de mededelingseis van artikel 7:677 BW, aangezien voor de werknemer niet onmiddellijk duidelijk was en kon zijn waarom hij op staande voet werd ontslagen. Bovendien wordt in de ontslagbrief verwezen naar onderzoek door Integis, maar het hof acht het onderzoek door Integis onvolledig. Gelet op de aankondiging van VCKG op 25 augustus 2020 dat het onderzoek door Integis enkele weken in beslag zou nemen, terwijl uit de e-mail van 29 augustus 2020 bleek dat het onderzoek nog niet was begonnen (‘will carry out’), kon het onmogelijk zo zijn dat de onderzoeksresultaten, althans voldoende betrouwbare voorlopige onderzoeksresultaten, op 31 augustus 2020 bekend waren. Daar komt bij dat de werknemer was toegezegd dat hij in het kader van het onderzoek zou worden gehoord, hetgeen niet is gebeurd. Van hoor- en wederhoor, toch een wezenlijk onderdeel van een deugdelijk onderzoek, is derhalve geen sprake geweest. De werknemer heeft recht op een transitievergoeding, de contractuele beëindigingsvergoeding en een billijke vergoeding. Het verzoek van VCKG tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen en VCKG is de werknemer de gefixeerde schadevergoeding verschuldigd. VCKG kan geen rechten ontlenen aan het concurrentie- en relatiebeding. Daarnaast heeft de werknemer recht op de restantbonus over 2019. De werknemer is niet aansprakelijk voor (een deel van) de onderzoekskosten van VCKG. Omdat sprake is van strijd met de eisen van een goede procesorde dient de vermeerdering van eis van VCKG buiten beschouwing te blijven.

Wetsartikelen: 6:136 BW, 7:653 BW, 7:661 BW, 7:671 BW, 7:672 BW, 7:673 BW, 7:677 BW, 7:681 BW, 7:686a BW en 2 en 3 Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding.

AvdR-Podcasts (1)

Spreker(s)