Gerechtshof Amsterdam 16 maart 2018

ECLI:NL:GHAMS:2018:874

Datum: 16-03-2018

Uitspraak naam: OR Möhringer Liften

Onderwerp(en): Voorbeeld gefaseerde besluitvorming

Rechtsgebiedenregister: Arbeidsrecht

Ondernemingskamer wijst het verzoek van de ondernemingsraad af. De redenen die Möhringer aanvoert voor het bestreden besluit, die er in de kern op neerkomen dat voor haar de – ook door de ondernemingsraad onderkende –voordelen van de voorgenomen uitbesteding en verhuizing zwaarder wegen dan de mogelijke bezwaren en risico’s (waarvan zij het gewicht beperkter inschat dan de ondernemingsraad), kunnen het besluit in redelijkheid dragen. Het is niet onredelijk dat Möhringer ervoor heeft gekozen eerst het besluit tot verhuizing en uitbesteding te nemen om pas daarna op zoek te gaan naar de strategische partner(s).Möhringer heeft zich, gelet op de afwegingen, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het besluit niet in strijd is met de in het convenant in algemene bewoordingen omschreven bedoeling van partijen. Het voorgaande brengt tevens mee dat ook het bezwaar dat het besluit innerlijk tegenstrijdig is, niet opgaat. De keuze om naar Den Haag te verhuizen en de werkplaats en het magazijn uit te besteden is tegen de achtergrond van de daarop in het besluit gegeven toelichting niet onverenigbaar met het (deel)besluit dat Möhringer blijft voortbestaan als volwaardige entiteit in al zijn facetten. Ten aanzien van de door de ondernemingsraad aangevoerde procedurele bezwaren geldt dat uit de adviesaanvraag voldoende duidelijk blijkt wat het voorgenomen besluit inhoudt. Möhringer heeft haar afwijzing van het door de ondernemingsraad gepresenteerde alternatieve plan voldoende gemotiveerd. Möhringer heeft het besluit ook overigens voldoende gemotiveerd.

Spreker(s)