Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 januari 2014

ECLI:NL:GHARL:2014:4

Datum: 07-01-2014

Onderwerp(en): Huwelijkse voorwaarden redelijkheid en billijkheid

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

De man heeft de onderbouwde stelling van de vrouw dat een eventuele verrekenvordering zal leiden tot de ondergang van het bedrijf, althans dat dit het bedrijf buiten staat zal stellen in de naaste toekomst een eventuele matige tegenslag te overleven, niet (voldoende gemotiveerd) weersproken. Ook de jaarrekeningen van de onderneming van de vrouw als zodanig bieden geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat de vrouw winsten in haar onderneming heeft “opgepot”. Gelet daarop is het hof van oordeel dat op grond van de redelijkheid en billijkheid van enige nadere verrekening tussen partijen geen sprake kan zijn. De uitkering ter zake van een eventuele verrekeningsvordering mag immers geen beletsel zijn voor de vrouw om haar onderneming, die haar bron van inkomsten is, te kunnen behouden.

Spreker(s)

mr.-A.N.-Labohm-image.jpg
mr. A.N. Labohm

senior raadsheer Hof Den Haag

Bekijk profiel
prof-v2.-mr.-A.H.N.-Stollenwerck-image.jpg
prof. mr. A.H.N. Stollenwerck

Em. Bijzonderhoogleraar VU Amsterdam, raadsheer Gerechtshof Den Haag

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: