Gerechtshof Den Haag 23 februari 2015

ECLI:NL:GHDHA:2015:331

Datum: 23-02-2015

Onderwerp(en): Omgangsrecht grootouders

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht, Jeugdrecht strafrecht

Het hof acht bewezen dat de verdachte zich samen met zijn mededader (echtgenote) schuldig heeft gemaakt aan (medeplegen van) belaging van het gezin van zijn dochter. Het hof legt voor het bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel op (art. 9a Sr).

Tijdsverloop tusssen het verhoor van de verdachte, op 26 november 2011, en de beslissing tot dagvaarding van de verdachte, op 19 april 2013, levert geen grond op tot niet-ontvankelijkverklaring van Openbaar Ministerie in de vervolging. Ontbreken van klacht (art. 285b lid 2 Sr). Het hof komt op grond van feiten en omstandigheden tot het oordeel dat is voldaan aan het klachtvereiste.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: