Hoge Raad 1 juni 2021

ECLI:NL:HR:2021:782

Datum: 01-06-2021

Onderwerp(en): Ondervragingsrecht

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Diefstal d.m.v. valse sleutel, meermalen gepleegd (art. 311.1.5 Sr), (medeplegen van) oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr). Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op latere tz. in h.b. herhaald getuigenverzoek (3 personen), omdat noodzaak niet is gebleken. 1. Afwijzing in arrest toereikend gemotiveerd? 2. Gebruik van getuigenverklaring voor het bewijs. Schending ondervragingsrecht?

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 (post-Keskin) m.b.t. beoordeling verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door feitenrechter, in situatie dat verzoek betrekking heeft op getuige t.a.v. wie verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl getuige al - in het vooronderzoek of anderszins - een verklaring heeft afgelegd met belastende strekking. ’s Hofs oordeel dat noodzaak tot horen van 2 getuigen niet is gebleken omdat hof zich voldoende ingelicht acht, is niet z.m. begrijpelijk omdat aan verzoek o.m. ten grondslag is gelegd dat eerder afgelegde verklaringen van deze getuigen belastend zijn voor verdachte en zijn gebruikt voor het bewijs. HR neemt in aanmerking dat hof de bewezenverklaring van feiten 2, 3 en 4 heeft aangenomen mede o.g.v. de door verdachte betwiste verklaringen van deze getuigen zonder dat verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl hof onvoldoende blijk ervan heeft gegeven te hebben nagegaan of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.

Ad 2. In ’s hofs overwegingen besloten liggend oordeel dat voor verdediging m.b.t. derde getuige al een behoorlijke en effectieve gelegenheid heeft bestaan om ondervragingsrecht uit te oefenen is niet z.m. begrijpelijk. De enkele omstandigheid dat deze getuige op tz. in e.a. als b.p. aanwezig was en daar over een specifiek onderwerp als getuige 2 vragen van OvJ heeft beantwoord (kennelijk zonder dat verdediging daarop was voorbereid) en raadsman vervolgens over hetzelfde onderwerp ook vragen heeft gesteld kan (mede gelet op de verderstrekkende inhoud van verzoek tot horen van deze getuige in h.b.) dat oordeel niet dragen. In aanmerking genomen dat hof de bewezenverklaring van feiten 1 en 2 mede heeft aangenomen o.g.v. de door verdachte betwiste verklaringen van deze getuige heeft hof de afwijzing van het verzoek tot horen van deze getuige niet toereikend gemotiveerd. Opmerking verdient dat bij de beoordeling of proces als geheel eerlijk is verlopen, omstandigheid dat verdediging wel beperkte mogelijkheid heeft gehad vragen te stellen aan getuige tot op zekere hoogte compensatie kan bieden voor het niet ten volle realiseren van de uitoefening van ondervragingsrecht. Tot zo’n beoordeling van de eerlijkheid van het proces als geheel is hof echter niet overgegaan.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: