Hoge Raad 1 juni 2004

ECLI:NL:HR:2004:AO5822

Datum: 01-06-2004

Onderwerp(en): Subjectieve component

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Bewijs van schuld ex art. 6 WVW 1994. 1. Bij de beoordeling of de schuld aan het verkeersongeval uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet valt in zijn algemeenheid aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van aanmerkelijke onoplettendheid en/of onachtzaamheid en dus van schuld ex art. 6 WVW 1994. Daarvoor zijn verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. 2. Verkeersgedrag zoals i.c. bewezenverklaard (met auto met 80 km per uur in bocht plotseling op verkeerde weghelft gaan rijden terwijl daar tegenliggers zijn) levert in beginsel aanmerkelijke onoplettendheid en/of onachtzaamheid op en derhalve schuld ex art. 6 WVW 1994. Dat kan in concreto anders zijn indien verdachte ten tijde van het ongeval in verontschuldigbare onmacht verkeerde. 3. Onbegrijpelijk is het bezigen door het hof voor het bewijs van schuld van verdachtes verklaring dat zij een “blackout” heeft gehad.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: