Hoge Raad 10 juli 2020

ECLI:NL:HR:2020:1243

Datum: 10-07-2020

Onderwerp(en): Partijen ECLI:NL:HR:2020:587 ECLI:NL:HR:2020:1243 ECLI:NL:HR:2012:1315

Rechtsgebiedenregister: Huurrecht, Verbintenissenrecht, Insolventierecht, Cassatie, Burgerlijk procesrecht, Arbeidsrecht, Strafrecht

Faillissementsrecht; procesrecht. Vordering ingesteld door gefailleerde tijdens diens faillissement. Faillissement eindigt kort nadien. Kan verweerder na einde faillissement nog beroep doen op niet-ontvankelijkheid eiser in diens vorderingen op grond van art. 23 en 25 lid 1 Fw?

Spreker(s)

Menno-Bruning.jpg
mr. Menno Bruning

advocaat en partner Lawyers' Specialist, advocaat Hoge Raad

Bekijk profiel
Erik-Druijf.jpg
mr. Eric Druijf

senior rechter Rechtbank Midden-Nederland, raadsheer-plaatsvervanger Hof Amsterdam

Bekijk profiel
mr.-ROUNDEL.jpg
mr. Wouter Jongepier

advocaat New Amsterdam Legal

Bekijk profiel
Derk-Rijpma.jpg
mr. Derk Rijpma

advocaat Rijpma Cassatie & Litigation, advocaat Hoge Raad

Bekijk profiel
Gert-van-Rijssen.jpg
prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: