Rechtbank Limburg 4 maart 2026 Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2026 Rechtbank Rotterdam 16 februari 2026 Hoge Raad 13 februari 2026 Hoge Raad 13 februari 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2023:550 Hoge Raad 11 april 2023

ECLI:NL:HR:2023:550

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 11-04-2023

Onderwerp: Noodweer(exces)

Overige onderwerpen: Noodweer(exces)

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Doodslag door tijdens ruzie zijn vrouw te wurgen, art. 287 Sr. 1. Bewijsklachten opzet. 2. Noodweer(exces). Heeft hof verwerping van beroep op noodweer(exces) toereikend gemotiveerd? 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 10 jaren). HR: art. 81.1 RO.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05061

Datum 11 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 december 2021, nummer 22-002086-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2023.

Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht